Orion blog‎ > ‎

Passend onderwijs dl.4 Iedereen speciaal - Cees Blij

Geplaatst 19 jul. 2016 07:01 door Jelka Bröcheler


Leerlingen met LVB in de reguliere school (afl. IV), een optie op een utopie

Iedereen speciaal

Het idee van Passend Onderwijs kan ik onderschrijven waar het gaat om het integreren van leerlingen met een beperking in het regulier onderwijs. Om Passend Onderwijs tot een succes te maken zal het regulier onderwijs echter elementen van het speciaal onderwijs moeten integreren in de dagelijkse onderwijspraktijk. Daartoe zullen directies en teams van de scholen zelf de verantwoordelijkheid moeten nemen. Van belang is dat men een hoog ambitieniveau koppelt aan niet te hoge doelen en voorlopig met pilots werkt met individuele leerlingen. De integratie kan niet succesvol verlopen zonder menselijke factoren zoals toewijding, inzet, ambitie, verbondenheid, samenwerking en doorzettingsvermogen. Het gezamenlijke belang dient voorop te staan, al het andere is hieraan ondergeschikt.  

Vroegtijdige onderkenning van de problematiek is noodzakelijk, maar zonder dat dit tot de etikettering leidt waarop de huidige uitsluitingsprocedures gebaseerd zijn. Het is daarom belangrijk dat de constatering van een ondersteuningsbehoefte direct gekoppeld wordt aan handelingsadviezen. Voor goede diagnostiek zou het welkom zijn om teams uit te breiden met een orthopedagoog of schoolpsycholoog en een zorgcoördinator. Mogelijk kan deze kennis in de toekomst betrokken worden uit de scholen voor (V)SO binnen het samenwerkingsverband. Orion zal zijn speciale scholen meer en meer gaan omvormen tot een expertisecentrum. Hiermee maakt ze haar kennis beschikbaar voor het hele onderwijsveld.

Ervaring leert dat met name op het gebied van de sociale integratie positieve effecten van passend onderwijs effecten te zien zijn in de klas. In landen waar inclusief onderwijs al langer functioneert, valt dat in de praktijk te constateren. Het is daar vanzelfsprekend dat de buurjongen met het syndroom van Down, LVB of autisme naar dezelfde school als de andere buurtkinderen gaat.

Scholing van teams en individuen is heel belangrijk om meer grip te krijgen op de dagelijkse onderwijspraktijk van het werken in een groep met leerlingen met grote niveauverschillen op cognitief, sociaal en emotioneel gebied.

Extra kennis en ondersteuning in het team opnemen is onontbeerlijk. Met de introductie van een orthopedagoog, zorgcoördinator en schoolarts kan een multidisciplinair team worden samengesteld. Mogelijk kan dit voor een deel bekostigd worden door het extra budget dat geïndiceerde leerlingen meenemen. Dit is een voorwaarde om de integratie tot een succes te maken. Bij leerlingen met LVB bestaat een verhoogde kans dat ze op meerdere ontwikkelingsaspecten extra aandacht nodig hebben. Naast de cognitie geldt dit ook voor de sociale en emotionele ontwikkeling, vaak is dat enigszins afwijkend, maar ook vertraagd ten opzichte van leeftijdgenoten. Tevens hebben ouders van deze leerlingen zelf al een ondersteuningsbehoefte bij acceptatie van de beperking en het ermee leren omgaan. Maar vaak hebben de ouders zelf ook een achterstand in ontwikkelingsniveau en sociaal maatschappelijke status. Leerkrachten die langer dan één generatie binnen het SO werken krijgen met enige regelmaat de kinderen van oud-leerlingen in de klas. Binnen de reguliere scholen krijgt de zorgcoördinator dan ook een noodzakelijke rol in de ouderbegeleiding.

De integratie betekent eveneens aanpassingen aan curriculum. Leerlingen met een LVB reiken wat betreft de leerstof niet verder dan hooguit groep 5 basisonderwijs. Begrijpend lezen, redeneervragen, en rekenen, met name automatiseren en getalinzicht, zijn zwak ontwikkeld. Dit betekent dat er anders naar de waardering van schoolprestaties gekeken dient te worden door het gehele onderwijs inclusief de inspectie. De dictatuur van de Cito-scores zal moeten worden ingeperkt. Het streven naar hoge gemiddeldes van boven 537, kan niet langer worden gezien als een teken van excellentie. Het gaat erom individuele leerlingen naar vermogen te laten presteren.

Door de komst van meer leerlingen waarvan geen topprestaties verwacht kan worden op de leervakken zal er ook waardering voor andere vaardigheden dienen te komen. Ook in de variëteit van de vakken zal verandering moeten komen. Zo zal er meer aandacht nodig zijn voor de praktische vakken, maar ook voor leerstofgebied overstijgende vakken als leren leren en sociale vaardigheden.

Om leerlingen met een LVB voldoende begeleiding te kunnen bieden zullen klassen de grootte van 20 leerlingen per groep niet te boven dienen te gaan. Leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte nemen weliswaar een groter budget mee, dan nog wordt het binnen het huidige systeem bijna onmogelijk om de klassendeler zo ver terug te schroeven. Wel kan er creatief omgegaan worden met de middelen door leerlingen van een zorgzwaarte te voorzien. Zo kan er binnen school gevarieerd worden in klassengrootte en kunnen collega’s die meer affiniteit hebben met leerlingen het bieden van structuur en ondersteuning daar ook voor kiezen. Een andere collega die meer gericht is op daadwerkelijke kennisoverdracht kan dan kiezen voor de grotere groep. In Italië, waar vrijwel het gehele onderwijs inclusief is, kiest men ervoor leerkrachten verantwoordelijk te maken voor drie of vier leerlingen en die dan in de groep en deels erbuiten te begeleiden. Dit kunnen ze een aantal jaar doen en vervolgens weer voor de groep gaan staan. Tijdens de periode als begeleider hebben ze ook de mogelijkheid om zich te scholen in de verschillende problematiek, kennis die ze meenemen als ze weer voor de groep komen.

Een andere mogelijkheid is om een gehele groep te vormen van LVB-leerlingen, maar dat is niet wenselijk, omdat dit snel stigmatisering in de hand werkt. Ouders zullen daar ook verzet tegen aantekenen.

Laten we niet vergeten dat het huidige reguliere onderwijs zelf verre van gelijkwaardig is. Er zijn scholen met een eigen visie zoals het Montessori-  of Daltononderwijs. Maar er zijn ook zwarte en witte scholen, die vanwege hun populatie in hun organisatie, inzet van mensen en middelen andere accenten moeten leggen. Er zijn scholen waarvan 80% van de leerlingen uitstroomt naar VWO en gymnasium en er zijn scholen waarvan 80% uitstroomt naar VMBO. Individuele vrijheid voor scholen om te bepalen of ze een leerling kunnen plaatsen of behouden is belangrijk. We hebben duidelijk te maken met verschil in draagkracht, omdat de draaglast nu al in de ene school veel hoger is dan de ander.

Heel belangrijk is dan ook om leerlingen met een grotere ondersteuningsbehoefte te plaatsen bij leerkrachten die zich er voor hebben aangemeld en waarvan de verwachting is dat ze het ook aankunnen.

Cees Blij

Comments