Orion blog‎ > ‎

Passend onderwijs dl.3 Ja, en... ipv ja, maar... - Cees Blij

Geplaatst 19 jul. 2016 06:57 door Jelka Bröcheler

Leerlingen met LVB in de reguliere school (afl. III), een optie of utopie

 ‘Ja, en …’ in plaats van ‘ja, maar…’

Als mensen met elkaar in gesprek gaan, zal geen weldenkend mens zeggen dat er mensen uitgesloten mogen worden laat staan kinderen, toch is dit iets wat met enige regelmaat gebeurt met leerlingen die niet binnen het systeem van de school kunnen meekomen. Voor die leerlingen is een heel systeem opgetuigd van allerlei speciale vormen van onderwijs, waar de kinderen met gelijkgestemden onderwijs krijgen dat aansluit bij hun ondersteuningsbehoefte.

Zo wordt het positief verwoord, tegelijkertijd is het ook een vorm van exclusie, want ze mogen niet meedoen de groep, voor hen zijn aparte locaties ingericht, vaak op flinke afstand van huis. Dit kan anders.

Allereerst dient men er in de school van overtuigd te zijn dat ook leerlingen met een grotere ondersteuningsbehoefte deel mogen uitmaken van de leergemeenschap die de school vormt. Een term die beter veranderd kan worden in leefgemeenschap, want heden ten dage worden op school niet alleen maar de cognitieve vakken geleerd sociale ontwikkeling en emotionele groei nemen ook een belangrijk deel van de schooltijd en het curriculum in beslag. Er dient een schoolklimaat te ontstaan waar alle leerlingen zich thuis kunnen voelen, waar ze veilig zijn en waar zij het onderwijs kunnen krijgen dat tegemoet komt aan hun behoeften en mogelijkheden.

De directie van de reguliere school zal studiedagen dienen te organiseren waarop vrijuit over dit thema gesproken kan worden. Daarbij is het verkrijgen van draagvlak een eerste vereiste. Daarbij zullen constructen waarin mensen denken ontdekt moeten worden. Deze constructen komen tot stand door ervaringen in het persoonlijke en professionele leven. Het zijn aannames waarvan men zich in het dagelijks denken en handelen niet bewust is. De manier waarop onderwijsprofessionals denken over leerlingen heeft invloed op de manier waarop ze met leerlingen omgaan. Het is van belang op het moment dat mensen: ‘ja, maar …’ zeggen, te achterhalen welk onderliggend construct daar achter zit. Het is deze waardestarheid die van negatieve invloed kan zijn op de lesvreugde van de leerkracht, maar daaruit volgend ook die van de leerling. Onderzoek heeft aangetoond dat ook de leerkracht vooronderstellingen kent, waardoor de leerlingen niet tot optimale prestaties worden gebracht.

Alles is veel voor wie niet veel verwacht.

Het leven houdt zijn wonderen verborgen

Tot het ze, opeens, toont in hun hogen staat.

Laten de leerkrachten deze woorden van J.C. Bloem in gedachten houden.







De Dapperstraat

Cees Blij

Comments