Orion blog‎ > ‎

Op zoek naar een beter schoolklimaat - Cees Blij

Geplaatst 7 jun. 2017 04:14 door Jelka Bröcheler

Het schooljaar loopt op z'n eind, al hebben we nog een zeven weken te gaan. Na de voorjaarsvakantie is het één lange droomvlucht naar de zomervakantie. Weer komt er van alles op ons af, naast het dagelijkse lesgeven. De OPP-evaluaties lopen nog door, functioneringsgesprekken, studiedagen op de locaties , opbrengstgesprekken, sportdag, schoolreis, nieuwe aanmeldingen, groepsindeling voor het komend schooljaar. Kortom het kan niet op, maar toch is dit ook leuk en spannend, want probeer het eens zo te zien. Als ik vroeger mijn lepel levertraan moest nemen, zei mijn moeder altijd: 'Denk je eens in dat het naar limonade smaakt,' en verdomd dat hielp. 
Dus probeer het eens van die kant te zien, als iets lekkers, iets leuks, iets uitdagends en niet als iets zwaars, lelijks en zinloos. Iets dat je wordt aangedaan, nee denk het om en zie het als iets dat in het belang van onze leerlingen en jezelf is, probeer er van te genieten. Dat je er zelf van groeit en een betere leerkracht van wordt en dat kan ook nog op je 60ste. Laten we deze reis met elkaar ondernemen. Als je je daarbij aan iemand stoort, spreek die persoon er zelf op aan, op een wijze die je zelf ook zou accepteren en doe het zoals we de leerlingen dienen aan te spreken: op het gedrag en niet op de persoon. Alleen gezamenlijk maken we de school beter, mocht je daar geen arbeidsvreugde meer aan ontlenen, ga dan eens nadenken om iets anders en beters van je leven te maken.

Tot slot viel mijn oog op een column in de krant, die laat ik enigszins aangepast hieronder volgen.

Op zoek naar een beter schoolklimaat
Ben Tiggelaar, gedragsonderzoeker, trainer en publicist, schrijft iedere zaterdag een column in het economiekatern van het NRC. Bij het lezen van zijn column van zaterdag, 18 februari 2016, ontkwam ik er niet aan om een aantal parallellen te zien met de situatie bij ons op school.

In het onderstaande parafraseer ik zijn column. Laat ik vooraf duidelijk stellen dat ik hiermee niemand wil kwetsen, noch met de vinger wijzen. Het is geheel aan de lezer om de tekst te interpreteren en hopelijk erover na te denken, meer zelfinzicht te ontwikkelen en samen met anderen te gaan werken aan een beter schoolklimaat. Dat er wat aan de werksfeer en collegiale verhoudingen mankeert is dus niet een gevoel dat alleen bij mij leeft. Wij willen een groter zelfbewustzijn bieden door erop te wijzen dat we met zijn allen verantwoordelijk zijn voor de werksfeer binnen school. Aan een goede sfeer moet je werken, die ontstaat niet vanzelf. Het is voor mij overduidelijk dat een slechte sfeer op de werkvloer een negatief effect heeft op het leefklimaat in school en klas. Leerlingen zijn daar niet ongevoelig voor en dat heeft weer zijn weerslag op hun gedrag.

Iedereen heeft wel eens een slechte werkdag. Net als ieder ander maakt ook het management fouten en schiet het soms tekort. Daarop kritiek geven die leidt tot verbetering is meer dan welkom. Maar er zijn collega’s die dag in dag uit de sfeer verzieken, mogelijk zonder zich daar altijd zelf bewust van te zijn. Collega’s die steeds opnieuw innovaties en werkdruk opvoeren om de persoonlijke onvrede een uitweg te bieden. Wat doe je als managementteam, maar ook als collega met zulke mensen?

Eerste vraag: Over welke problemen gaat het eigenlijk?
Volgens onderzoekers zijn er drie soorten collega’s die de grootste negatieve invloed hebben:

1. Mensen die weigeren zich in te spannen, die er de kantjes vanaf lopen.
2. Collega’s die voortdurend uiting geven aan hun pessimisme, onzekerheden en irritaties.
3. Werknemers die respectloos met anderen omgaan.

Dezelfde onderzoekers stelden vast dat deze mensen een sterk negatieve invloed hebben op de motivatie, de creativiteit, het welzijn en de prestaties van hun collega’s. Eén rotte appel heeft dus echt meetbaar effect op de rest.

Volgende vraag: wat doe je eraan?

Voorkomen is natuurlijk beter dan genezen, een goede screening aan de poort is één. Het kost tijd en geld. Maar de kosten van het aannemen van een rotte appel blijken in de regel de opbrengsten van je twee best presterende mensen teniet te doen.

Intensieve begeleiding kan helpen wanneer iemand zich ontwikkelt tot steen des aanstoots of collega’s meesleept in negatief gedrag. Allereerst dienen er duidelijke afspraken gemaakt te worden: wat wil je niet meer zien, wat wil je wél zien, dit onder vier ogen. Moedig het gewenste gedrag aan in persoonlijke gesprekjes. Maar wanneer dit niet werkt is steviger ingrijpen nodig. Zoals het geven van een officiële waarschuwing die ook het personeelsdossier ingaat. Of de persoon in kwestie – tijdelijk – buiten het team plaatsen. Vaak tot grote opluchting van de rest van de collega’s.

Soms is overplaatsing of zelfs schorsing de beste remedie. Het beste advies is dan om niet te lang te wachten met het nemen van maatregelen. Hetzelfde geldt wanneer iemand overduidelijk niet past in een werkomgeving, wanneer bijvoorbeeld basale vaardigheden ontbreken of collega’s het probleemgedrag niet langer pikken.

Soms zijn er echter heel andere dingen aan de hand. Soms veranderen goede collega’s door een reorganisatie of slechte behandeling in rotte appels. Soms is het daarom nodig dat je as directeur je excuses aanbiedt voor wat er is gebeurd en kijkt of het mogelijk is een nieuwe start te maken.

En ook komt het voor dat individuen door collega’s worden aangewezen als zondebok, terwijl er in werkelijkheid andere dingen aan de hand zijn. Controleer dus altijd of er echt sprake is van ondermijnend gedrag. Wellicht is het een verkeerd verpakte vraag om hulp.

Gaat het echter overduidelijk om een rotte appel, die vaak al veel te lang op de schaal ligt en ook anderen aansteekt, uit één van de drie genoemde categorieën – zeg maar: lui, negatief of respectloos – wacht dan niet met ingrijpen. Veel directeuren vinden dit rotwerk, maar vrijwel altijd zijn de mensen in je team je oprecht dankbaar. Zeker als ze klaar zijn met het gevecht met hun vaak onterechte loyaliteit. En dat maak je als directeur ook niet dagelijks mee.

In wezen zijn wij met elkaar verantwoordelijk voor een positief werkklimaat en goede onderlinge collegiale verhoudingen. Wat ik de laatste tijd weer veel te vaak de kop op zie steken, is het in eerste instantie negatief reageren op voorstellen ter verbetering van het onderwijs en daarnaast dat het affakkelen van collega’s een sport op zich aan het worden is.

Mocht je jezelf, staand voor de spiegel, herkennen in één van de drie categorieën dan is nu de tijd gekomen om aan jezelf te gaan werken, voordat je er door een ander op gewezen wordt. Probeer daarbij ook in gedachten te houden dat:

a. een mens sneller de splinter in andermans oog ziet dan de balk in het eigen,
b. dat het nu eenmaal makkelijker is jezelf te veranderen dan een ander,
c. dat de blik op een half vol glas meer voldoening geeft dan hetzelfde glas als half leeg te ervaren.

Ik maak me best wel zorgen om de boosheid, rancune en angst die er in onze maatschappij leeft de laatste jaren. Trump, Wilders, Le Pen en anderen spelen daar op een cynische en gevaarlijke wijze op in. Besef echter wel dat we het de afgelopen 70 jaar nog nooit zo goed hebben gehad, zeker in dit land. Laten wij, opvoeders der jeugd, in ieder geval positivisme blijven uitstralen.

Zelf lukt het mij na bijna 40 jaar werken in het onderwijs nog altijd het onderstaand adagium voor ogen te houden:

“It’s our duty to be positive,” zegt Karl Popper, logicus en wetenschapsfilosoof.

En tenslotte is er natuurlijk altijd het archetype der schoolmeesters, Theo Thijssen, die het vak leerde op Amsterdamse armenscholen, die de kinderziel wist te doorgronden:

“Wat telt is de liefde, de rest is onzin,” schrijft Theo Thijssen in de Gelukkige Klas.

Laat de aanstaande lente in de natuur ook toe in je hart en binnen de schoolmuren.

Cees Blij
Comments