Orion blog‎ > ‎

Meester Kapper - Cees Blij

Geplaatst 12 feb. 2019 07:46 door j.boon@orion.nl

Elke ochtend om half 9 sta ik bij de deur om mijn leerlingen te verwelkomen. Ik schud ze de hand en spreek enkele woorden tot ze, zodat ze zich gezien weten en welkom voelen.

“Hallo Maaike, je ziet er uitgeslapen uit. Heb je gisteren nog geturnd.”

“Dag meester, ja ik heb gisteren op de evenwichtsbalk geoefend, op één been staan.”

“Zo, dat is een hele kunst. Ik kan er amper met twee benen op blijven staan, knap hoor,” zeg ik welgemeend, terwijl Maaike naar binnen loopt.

“Dag Mustafa, hoe is het met je moeder? Is de nieuwe baby al onderweg?” vraag ik.

“Nee mees, mijn moeder zegt dat het nog wel twee weken gaat duren voordat de baby er is.”

“Ik hoop dat het snel gebeurt, want ik heb wel trek in beschuit met muisjes.”

Mustafa loopt lachend de klas in en schudt daarbij zijn hoofd. Altijd trek, die meester.

“Hallo Gijs, wat zit je haar mooi, zeker naar de kapper geweest?” veronderstel ik op het moment dat Gijs langs me loopt met een gemillimeterd koppie waarin ook nog een paar bliksemschichten zijn uitgeschoren aan de zijkant van zijn hoofd, boven de oren.

“Ja, meester,” zegt hij trots.

Gijs is een twaalfjarig echt Amsterdams straatschoffie om te zien. Hij heeft niet veel vet op de botten en is van gemiddelde lengte. Zijn hoofd is smal en wat groot in verhouding tot de rest van zijn lichaam. Zijn tanden staan enigszins naar voren en een beugel is geen overbodige luxe. Zijn spraak is slissend.

De moeder van Gijs heeft het niet breed en zijn kleding is dan ook niet volgens de laatste mode. Hij draagt vaak een trainingsbroek en een T-shirt. Gijs’ moeder is al van een zekere leeftijd. Gijs is duidelijk een nakomertje. Hij heeft een oudere broer en zus die al lang volwassen en het huis uit zijn. Moeder en Gijs wonen in de Damstraat en het verhaal gaat dat moeder vroeger in het “leven” heeft gezeten en door boodschapjes en wat schoonmaakwerkzaamheden voor de nieuwe generatie dames wat bovenop haar uitkering verdient.

“Wat betaal je daar nou voor,” informeer ik, nieuwsgierig als ik ben naar de economische positie van het kappersbedrijf.

“Mijn moeder heeft er vijfentwintig gulden voor betaald. De tekens aan de zijkant kostten vijf gulden extra.”

“Tjonge dat is duur,” en voor dat ik er goed over heb nagedacht flap ik eruit: “Nou ik scheer je voor vijf gulden in z’n totaal.”

Gijs kijkt me, terwijl hij naar binnen loopt, ongelovig aan: “Echt waar meester?” Ik knik nadrukkelijk ter bevestiging.

Zes weken later word ik op een middag aan de telefoon geroepen door de conciërge, de moeder van Gijs.

“Hallo meester, Gijs moet binnenkort weer naar de kapper. U weet ik heb het niet breed en nu vertelde hij me dat u het ook zou kunnen knippen en scheren voor vijf gulden. Is dat zo of maakte u een grapje?”

Eigenlijk maakte ik toen half en half  een grapje, maar ik heb thuis een tondeuse en vaak bij mijn vrouw toegekeken hoe zij haar vader en broer schoor. Nu wordt er naar aanleiding van mijn grootspraak alsnog een beroep gedaan op mijn veronderstelde vakkennis. Maar hoe moeilijk kan het zijn. Ik zeg dus dat dit een daadwerkelijke toezegging van mij was en dat ik een afspraak met Gijs zal maken om in de loop van de week zijn coupe te fatsoeneren.

Thuis laat ik me diezelfde avond goed de werking van de tondeuse uitleggen en hoe je de verschillende lengtes kan instellen en dat je bovenop het hoofd het haar iets langer moet laten dan aan de zijkant en in de nek. Tevens wordt me geleerd hoe de bliksemschichten in het haar aan te brengen.

Op vrijdagmiddag na schooltijd wordt Gijs mijn eerste klant. Hoe moeilijk kan het zijn. Mijn vrouw heeft haar gehele kappers-set aan me meegegeven. Ik zet Gijs in een stoel en doe hem een kapmanteltje om. Ik bevochtig zijn haar een beetje, kam het en zie dat zijn haar vele kruinen kent, op verschillende plekken van zijn hoofd, dit maakt dat als het haar wat langer wordt het alle kanten op gaat staan. Vandaar dat bros haar het meest geschikte model voor hem is. Ik pak de tondeuse en zet hem aan. Onwennig ga ik door het haar en zie hele plukken op het kapmanteltje neerdalen. Als ik een tijdje bezig ben, neem ik even afstand en overzie mijn werk. Hier en daar staan nog wat lange sprieten overeind, maar over het geheel begint het al wat te lijken.

Ik moet denken aan de keer dat ik zelf afstand deed van mijn lange haar. Dat was op de zolderkamer van een vriend. Na een stel bier vonden we het tijd geworden om ons lange haar vaarwel te zeggen. Het hippiedom was al ten grave gedragen. Aangezien deze vriend ons al het voorbeeld had gegeven besloten wij dat hij ons mocht scheren. Toen ik de volgende ochtend thuis in de spiegel keek zag ik dat mijn nieuwe coupe nog vele lange plukken haar had. Met dat haar had ik ’s nachts ook nog in de kroeg gestaan. ’s Middags heeft mijn moeder de ravage trachten te fatsoeneren.  

 Ik ben er dus gespitst op dat Gijs met een perfect model wordt afgeleverd en wissel de tondeuse in  voor een schaar, om met name rond de oren het melkboerenhondenhaar goed bij te knippen zodat er geen Lambiekplukjes blijven staan.

“Auw,” roept Gijs en grijpt naar zijn oor. Ik blijk met de schaar een knipje in zijn oor te hebben gegeven. Het bloed druppelt langzaam langs zijn slaap naar beneden.

“Wacht even Gijs,” zeg ik. “Ik moet even een papiertje pakken om het bloeden te stelpen.” Gelukkig valt de verwonding mee,  zie ik als ik het bloeden gestelpt heb. Gijs geeft verder ook geen kik.

“Nou Gijs, je bent bijna klaar. Wil je ook weer van die mooie versieringen aan de zijkant van je hoofd.” Dat wil hij wel.

Ik haal het opzetstuk van de tondeuse en zet de razendsnel schuivende mesje boven zijn oor tegen zijn hoofd. Direct ontstaat er een witte streep op zijn schedel. Dat is dus zo gebeurd. Ik hou de tondeuse nog een keertje schuin en daarboven weer recht. Er is nu een Z gezet op z’n hoofd. Hetzelfde herhaal ik aan de andere kant en daarmee is de knipbeurt beëindigd.

Ik verwijder de kapmantel en laat Gijs in de spiegel kijken en zie dat hij tevreden is.

“En Gijs, hoe vind je het geworden,” vraag ik, vervuld van trots over mijn eigen werk.

“Goed mees,” zegt hij, terwijl hij met z’n rechterhand over zijn hoofd wrijft en daarmee de laatste losse haartjes op de grond laat dwarrelen. Hij pakt vijf gulden uit zijn zak om mij te geven. Ik sla die af met de woorden: “Geef die maar terug aan je moeder, misschien mag je er zelf wat voor kopen.”

De rest van het jaar en het jaar daarop blijf ik Gijs scheren, maar ook Freddy, als hij er achter is gekomen dat Gijs bij zijn meester onder het mes gaat. Je mag namelijk geen verschil maken tussen je leerlingen.


Comments