Orion blog‎ > ‎

Het aquarium - Cees Blij

Geplaatst 14 nov. 2018 00:58 door Jelka Bröcheler


Enige maanden geleden werd ik voor school aangesproken door een buurvrouw met de vraag of ik geïnteresseerd was in een aquarium. Aangezien ik vroeger zelf jarenlang een vrij groot aquarium had gehad, eerst thuis later op school, antwoordde ik direct, eigenlijk zonder na te denken, bevestigend. Even later stond ik dan ook met een collega in haar tuintje naar een mooie bak van 60 x 50 x 40 cm te kijken. Er zat een lichtkap bij en de kast waar het aquarium opstond, mochten we ook meenemen. Ondertussen zagen we vanuit de keukendeur de heer des huizes, op zijn trijpen pantoffels, met hangende mondhoeken stilzwijgend toekijken. 

“Hij had het nog wel langer willen houden, maar ik was die troep zat en je kan in dat huissie van ons toch al je kont niet keren,” zei de buurvrouw toen ze de zwaarmoedige gestalte van haar man in de deuropening zag. Het was duidelijk wie er in dit huwelijk de broek aan had.

Mijn collega en ik sjouwden de bak naar school en zetten het in de gang, mooi in het zicht. De daaropvolgende dagen probeerde ik collega’s lekker te maken om het aquarium te adopteren en een plekje in hun klaslokaal te geven. Ik probeerde hen te enthousiasmeren door te vertellen dat ik vroeger ook altijd een bak in mijn klas had gehad en dat de zorg voor de vissen zo goed is voor het aanleren van verzorging aan de leerlingen, evenals interesse voor de natuur. Hoe leuk is het niet als ze ‘s ochtends op school komen en er zwemmen plotseling pasgeboren guppies door de bak.

Wat ik er niet bij vertelde was dat één mijner leerlingen er eens een halve liter terpentine in had gegooid omdat hij boos was dat hij een pauze moest binnen blijven. Hij strafte me daarmee af voor twee fouten die ik had gemaakt. Laat nooit een leerling alleen achter in een lokaal zonder toezicht en berg altijd giftige stoffen op achter slot en grendel.

Al mijn soebatten leidde echter niet tot enthousiasme bij de collega’s. Er waren er die niets met vissen hadden en opzagen tegen het werk dat zo’n aquarium met zich meebrengt en er waren er ook die in het verleden traumatiserende ervaringen hadden gehad met aquariums. Zo was er een collega die vertelde dat de thermostaat van de aquariumverwarming stuk was gegaan en de vissen in zijn bak bij thuiskomst licht gekookt aan de oppervlakte dreven. Een ander vertelde me dat haar moeder eens een hele bak met vissen en al uit haar handen had laten vallen. Dus de animo was nihil.
Toen besloot ik om het aquarium maar bij mezelf op kantoor te zetten, want iedere keer als ik in de lege bak keek voelde ik een stil verlangen en verwijt tegelijk. Om het toch enigszins ook iets voor de leerlingen te laten zijn, besloot ik enkelen van hen bij de inrichting en voedselverstrekking te betrekken. 

Als eerste schakelde ik Jimmy in als assistent. Deze jongen komt van het so-zmok en heeft door eerdere ervaringen een zekere weerzin tegen school ontwikkeld. Dit leidde in het verleden tot grensoverschrijdend gedrag en veel verzuim. Na de zomervakantie is hij bij ons begonnen en al tijdens het aanmeldingsgesprek in het voorjaar begon hij op mijn vraag, wat hij leuk vond om te doen, uitgebreid te vertellen over zijn hobby vissen. En dan vissen in de breedste zin van het woord, dus met een hengel en een haakje, maar ook het bereiden van de gevangen snoekbaars en tenslotte het verzorgen van een aquarium en de vijver met koikarpers van de buurman.
Jimmy was direct in voor het plan en samen met Ron - de begeleider van Cordaan - gingen we naar de dierenwinkel. Daar aangekomen liet Jimmy zijn blik gelijk vallen op twee vissen die nog het meest leken op flinke palingen. 

“Meester, die zijn leuk voor in ons aquarium,” zei hij met een brede lach op z’n gezicht. 

Ik vroeg me af of dit was omdat hij het zulke mooie vissen vond of omdat ze al als paling in het groen in een pannetje op tafel zag staan. Nee, Jimmy zag ze echt voor zich in het aquarium. Gelukkig schoot de winkelier te hulp door te zeggen dat ze niet passend zouden zijn voor een gezelschapsaquarium. Bij ons eerste bezoek schaften we een filterpomp, verwarming met thermostaat, thermometer en zand aan. Het advies van de winkelier viel samen met ons eigen idee, namelijk om het aquarium eerst een week zonder vissen en planten te laten staan. Hierdoor kon het water zachter worden en het stof uit het zand neerslaan. 
Na een week stapten we wederom de winkel binnen, nu om het groene interieur en de bewoners aan te schaffen. Jimmy wilde graag cichliden aanschaffen, maar daar wilde ik niets van weten, omdat ik vanwege een voorval uit het verleden daar een sterke aversie tegen heb. 

Een “goede” vriend van me kwam toen eens met zo’n cichlide in een plastic zakje aanzetten. “Hier, een cadeautje,” zei hij toen hij mij de vis overhandigde enigszins besmuikt. Iets wat ik op dat moment niet in de gaten had. Na een half uurtje wennen liet ik het diertje los in mijn schitterende aquarium, waar een mooi natuurlijk klimaat heerste, waardoor zowel planten als vissen zich optimaal manifesteerden. Wel moet ik zeggen dat deze vis er weinig aantrekkelijk uitzag, met een wat grijzige kleur en een kop en bek die het grootste deel van de vis uitmaakten. De volgende ochtend zal ik nooit vergeten. Toen ik het licht aandeed en in de bak keek, leek het alsof ik rechtstreeks naar het inferno van Dante staarde. Ten eerste was de gehele bak troebel door de voedingsbodem die onder het zand had gezeten en nu aan de oppervlakte dreef, ten tweede dreven de planten ook rond, ten derde maakte de filter vreemde geluiden omdat hij allerlei turfdeeltjes had opgezogen en ten vierde zwommen alle vissen als verschrikte zombies in de rondte, te midden waarvan ik de cichlide ontwaarde, druk bezig met zijn grondverzetwerkzaamheden. Als een bulldozer nam hij monden met zand tot zich om dat even later aan de andere kant van de bak weer uit te spuwen. Mijn eerste aanvechting was om hem te vangen en aan het rioleringsnet van Amsterdam toe te vertrouwen. Dat kon ik echter niet over mijn hart verkregen. Wel besefte ik dat er direct moest worden ingegrepen, wilde ik nog wat van mijn aquarium redden. Ik had in de gangkast nog een klein bakje staan en even later zwom de aardverslinder daar in de rondte. 
Het volgende wat ik deed was mijn vriend bellen om mijn beklag te doen en hem te vertellen wat de vis gedaan had. Na mijn jeremiade begon mijn vriend hard te lachen door de telefoon en vertelde me dat het monster wat hij mij had geschonken een cichlide genaamd geophagus was. Wat zoveel betekent als aardeter. Doordat ik het gymnasium niet had bezocht had ik deze niet zien aankomen. Als de gevangene van Monte Cristo heeft de geophagus vervolgens nog enkele jaren geleefd in het kleine bakje, ook daar zand van links naar rechts transporterend.

Onze keus werd vervolgens bepaald door de sterkte van de vissen. Dus werden het gewoon een paar guppen en platys en om Jimmy een plezier te doen wat danio rerio’s en dan de ondersoort luipaard danio. Aangezien deze vissen slechts in een schooltje functioneren, namen we er gelijk vier. Als zenuwlijders schieten ze nu op school door de bak. De wat meer gedistingeerde platys steeds de schrik op het lijf bezorgend. 
Jimmy nam de zak met vissen vol trots in ontvangst en liet ze niet meer los. Pas op school gekomen mocht ik de zak in het aquarium hangen om ze aan de watertemperatuur te laten acclimatiseren. Daarna zet ik met behulp van een flessenlikker de plantjes in het zand. 
Terwijl de vissen zo in hun toekomstige onderkomen hingen, praatten Jimmy, meester Ron en ik wat door over vissen. Jimmy vertelde dat hij thuis ook een aquarium had gehad, maar dat dit nu leegstond. Zijn buurman had een vijver met koikarpers, waarvan sommige wel € 3000 per stuk kosten. Over zijn hele vijver heeft hij nu een net gespannen omdat reigers de karpers zo uit de vijver visten. Dat was voor hen dus een soort driesterrenrestaurant geweest dacht ik.

Na een half uurtje knippen we het zakje open en laten we het water van het aquarium er langzaam instromen en daarna de vissen eruit. Verkennend zwemmen de guppies, platys, danio rerio’s in het rond. Dan wijst Jimmy me erop dat er ook een kleine black molly als verstekeling is meegekomen. Zo zwemmen er dertien vissen in het aquarium op mijn kantoor.
Jimmy gaat op een kruk voor het aquarium zitten en vraagt of hij ze ook mag voeren. Ik laat hem wat droogvoer in de bak gooien. Daarna gaat hij weer zitten en staart met een verrukte in het water voor zich. 
“Ziet u meester hoe die luipaardvisjes met elkaar zwemmen. Ik heb gehoord dat als je er maar twee neemt, ze meteen doodgaan.” Ondertussen volgt hij met z’n ogen de pijlsnel heen en weer schietende vissen.
Er klinkt een diepe zucht: “Zo zou ik wel uren kunnen blijven zitten,” klinkt het uit de grond van zijn hart. Een ware uitdrukking, maar wat vreemd uit de mond van een jongen die gediagnosticeerd is met ADHD.

Hierbij stel ik in ieder geval het aquarium beschikbaar als therapeutisch instrument voor kinderen die wel eens een half uurtje rust kunnen gebruiken. Dit aanbod geldt trouwens ook voor collega’s.


Cees Blij
Comments