Orion blog‎ > ‎

Gekoesterd ambacht - Cees Blij

Geplaatst 4 dec. 2015 04:37 door Jelka Bröcheler

“It’s our duty to be optimistic,”
 


Zo luidt een citaat van de wijsgeer Karl Popper, die zich vooral bezig hield met logica en wetenschapsleer. Die uitspraak raakt me. Ik voel dat ik als persoon, werkzaam in het onderwijs, tot die “wij” behoor wiens plicht het is om optimistisch te zijn. 

Handelingsgericht werken
Dat deze uitspraak me nu zo trof heeft mede te maken met het feit dat we in ons onderwijs bezig zijn met handelingsgericht werken, waar het advies zoveel mogelijk gebruik maakt van de sterke punten van een leerling en/of zijn omgeving. 

Ietsisme
Een artikel van J.C. van der Wolf in het tijdschrift voor orthopedagogiek (jrg 44, afl. 12) behandelt hetzelfde thema. Niet dat ik aanhanger van het “ietsisme” ben, maar door de herhaalde confrontatie met hetzelfde idee wil ik in deze column in het kort het artikel van Van der Wolf parafraseren, ter contemplatie en als hart onder de riem. 

Waar komt bezieling vandaan?
In de psychologie en orthopedagogiek richt men zich overwegend op wat minder goed gaat. Het “tekort” staat centraal. Eenvoudig en misschien wat gechargeerd: het onderwijs slaagt er niet in de leerlingen in hun kracht te zetten. De nadruk ligt op wat ze niet in huis hebben. De middelmatige leerling is gemiddeld genomen het beste af. Hij kan alles een beetje. Dominant in bovenstaande wetenschappen zijn onderzoeksvragen als: Waarom blijven jongeren weg van school? Waarom raken zoveel leraren burn-out? Interessanter is het te onderzoeken hoe het komt dat de meeste leerlingen met plezier naar school gaan en hoe het te verklaren is dat zoveel leraren met, energie, bezieling en passie lesgeven? Waar komt die bezieling vandaan? 

Aangeleerd hulpeloos slachtofferdenken
Seligman, een Amerikaans psycholoog, stelde zo’n vijf jaar geleden dat de psychologie doordrenkt raakt van “aangeleerd hulpeloos slachtofferdenken”. Onvoldoende wordt aandacht besteed aan de kracht van mensen. 

Als je om je heen kijkt zie je niet alleen maar stress en ellende, maar wel als je weten-schappelijke tijdschriften doorbladert, zo is zijn opvatting. Overdreven aandacht voor trauma’s, stress, en ander psychisch ongemak ontneemt het zicht op de werking van de menselijke geest, die meestal in goede, positieve staat verkeert. Naar dat fenomeen wil Seligman onderzoek doen. Een van zijn grote projecten is het opstellen van een tegenhanger van de DSM, het handboek met alle psychische stoornissen, namelijk een classificatiesysteem met goede en sterke karaktereigenschappen. 

Wanneer zijn mensen gelukkig? 
Deze insteek is niet nieuw of origineel. Socrates, Aristoteles en Augustinus vroegen zich al heel lang geleden af welke positieve deugden iemand tot een goed functionerend mens maken en hoe we die deugden kunnen versterken. 

De Hongaars-Amerikaan Mihaly Csikszentmihaly is een andere exponent van deze positieve psychologie. Hij richt zich op gezonde mensen en op het verbeteren van relatief normale situaties. De standaardvraag is: wat kunnen we leren van mensen die het uit zichzelf goed doen? En ook: wanneer zijn mensen gelukkig? 

Uit zijn onderzoek blijkt dat mensen vooral gelukkig zijn als ze zich bezighouden met dingen die hun volledige aandacht vragen en die hen uitdagen en stimuleren. Dit leidt tot “flow”, in ‘vervoering’ of ‘bevlogen’ zijn. “Flow” kan niet bereikt worden zonder inspanning. Het ontstaat wanneer de capaciteiten van een persoon zeer sterk worden aangesproken. Dan voelt men zich betrokken, geconcentreerd en geabsorbeerd door de taak. In tegenstelling tot wat veel mensen denken ontstaat “flow” meestal niet op momenten van vrije tijd, vakantie of vertier, maar juist op momenten dat men actief betrokken is bij een opdracht die sterk een beroep doet op de mentale en fysieke mogelijkheden. Door volledig op te gaan bij ieder detail van een taak ervaren we geluk, niet door direct naar geluk te zoeken. 

Niet te eenvoudig en ook niet te moeilijk
Te eenvoudig of te moeilijk werk maakt mensen ongelukkig. Bij onze leerlingen ervaren we iedere dag wat het voor ze betekent heeft om met te moeilijk werk te worden geconfronteerd, maar daarnaast is te eenvoudig en geestdodend werk ook niet goed. Activiteiten waarin mensen zich steeds verder ontwikkelen en bekwamen, kan een intens geluksgevoel geven. Bij het lezen van een moeilijk boek, het oplossen van een cryptogram het spelen van een partij scrabble tegen iemand van wie je pertinent wilt winnen, een stevige partij tennis, het beklimmen van een nieuwe bergtop of het bereiden van een maaltijd kunnen mensen in een “flow” raken, een staat van onthechting. Niet alleen naderhand maar zelfs tijdens deze staat van “flow” worden deze inspanningen nooit als ‘vervelend’ ervaren. De frequentie van deze staat van onthechting is een graadmeter voor geluk. Te eenvoudige activiteiten bieden dat dus niet. Het eten van een ijsje, het kopen van een nieuwe jas of het spelen met computerspelletjes heeft slechts een kortstondig effect op het gemoed. Tijdens het kijken naar soaps op t.v., vinden psychologen zelfs een mild-depressieve stemming. Bij “flow” hoort dus totaal verlies van zelfbewustzijn. Het tegendeel van te veel contact met je gevoelens. Dit past in het kader van Seligman, die genoeg had van de nadruk op het ‘slachtofferdenken’. 

Wacht niet op de reddingsboei
Het slachtofferdenken is ook jarenlang gemeengoed geweest bij de begeleiding van groepen sociaal zwakkeren in onze samenleving. Dit heeft ertoe geleid dat bij mensen het eigen initiatief volledig is weggevallen. Het denkbeeld heeft post gevat dat de achterstandssituatie waarin men verkeerd de schuld is van maatschappelijke krachten buiten henzelf. Zo weet men thuis in welzijnswerkersjargon prima te formuleren en te beredeneren welke rechten men heeft (zie de Tokkies), maar over plichten wordt niet gesproken. Als je dreigt te verdrinken is het ook raadzaam om eerst zelf eens een zwemslag te maken, in plaats van te wachten tot de reddingsboei wordt toegeworpen. 

Daag leerlingen uit
In het onderwijs schiet men vaak tekort, omdat de leerlingen niet in de “flow” worden gebracht door uit gaan van hun mogelijkheden, door uit te dagen, door te zorgen dat ze zich volledig inzetten, door te mikken op hun kernkwaliteiten. De taken die de leerlingen krijgen opgedragen moeten bij hen aansluiten. Het is de taak van de school en de leerkrachten om die kwaliteiten te herkennen en te benoemen. Kinderen bloeien op als ze ‘gezien’ worden, in hun kracht gezet en daarin worden bevestigd. Denk aan de zone van de naaste ontwikkeling, van de Russische leerpsycholoog Vygotsky. 

De professional maakt het verschil
Wij kunnen daar als onderwijsmensen alleen voor zorgen als we daar zelf ook in geloven. Het bestuur, directies en de Orionscholen als vertegenwoordigers van het openbaar speciaal onderwijs in Amsterdam moeten zich extra uitgedaagd voelen om van onze leerlingen de kernkwaliteiten te zien en te ontwikkelen. Daartoe heb je een goed onderwijsprogramma, doelen en materialen nodig, maar uiteindelijk is het de man of vrouw voor de groep, de professional, die het verschil maakt. 

Passend Onderwijs
Het nieuwe wettelijke kader rond Passend Onderwijs kunnen we dan ook beter zien als een kans dan als een bedreiging. Het project rondom het leerplan en de onderwijscyclus, zoals dat nu gestart is kan een substantiële verbetering van ons onderwijs betekenen. Voor de leerlingen en voor ons zelf. Daar ligt onze “flow” en dat kan alleen bij een optimistische instelling, die uiteindelijk onze plicht is, onontbeerlijk ook om ons zware maar zinvolle werk vol te houden. 

Het met een positieve instelling opleiden en uitdagen van de komende generaties vormt het mooiste, dankbaarste en meest zinvolle werk dat er is. 

Gekoesterd ambacht
We zijn allemaal kind geweest en velen van ons zetten zelf weer kinderen op de wereld. “Er is op de wereld maar één ding werkelijk en dat is de liefde.” Deze woorden schreef Theo Thijssen aan het slot van De Gelukkige Klas en deze woorden gelden nog altijd. Liefde voor het kind en liefde voor het vak van schoolmeester, een ambacht dat gekoesterd moet worden, in de eerste plaats door hen die het beoefenen, maar ook door het bestuur, de politiek en uiteindelijk de maatschappij als geheel. 



Cees Blij 



Comments