Orion blog‎ > ‎

Een hart onder de riem - Cees Blij

Geplaatst 17 dec. 2015 07:01 door Jelka Bröcheler   [ 17 dec. 2015 07:11 bijgewerkt ]


Het gewelddadige jaar 2015 loopt op zijn eind en dat vraagt noodzakelijk om enige contemplatie.

Wat zien wij dezer dagen om ons heen?
Een samenleving met veel onthechte mensen die voortdurend hun recht opeisen en voornamelijk hun eigen belang najagen, maar ook veel bange mensen, met angst voor de toekomst. Mensen beleven een verlammende identiteitscrisis en zijn niet in staat hun morele waarden te benoemen en zin te geven aan hun leven. Gevoelens van leegte en zinloosheid worden ervaren of men rent achter valse profeten aan. Wij focussen ons hier op het onderwijs, omdat dat onze core-business is.

Er zijn de afgelopen twee jaar grote veranderingsprocessen ingezet in zowel het onderwijs als de zorg. De huidige economische stagnatie, het vluchtelingenvraagstuk en scepsis t.a.v een verenigd Europa maakt de, met de geschetste veranderingen opdoemende, problematiek nog meer manifest.

In het boek De Prijs van de Vrijheid van Joep Dohmen en Maarten van Buuren kunnen we herkenbare teksten lezen over existentiële levensvragen. In dit boek worden denkers (filosofen), en schrijvers opgevoerd die schrijven over de moderne levenskunst.

Natuurlijk mag bovenstaande niet gegeneraliseerd worden, maar voor ons is het herkenbaar. Ook binnen onze organisatie Orion, stichting voor speciaal onderwijs Amsterdam. In bijzondere situaties wordt dat vaak extreem duidelijk. Bij herstructurering, transitie, innovaties gepaard gaand met bezuinigingen, zoals nu aan de gang is.

Zijn wij binnen Orion ook onthecht? Leven wij in een identiteitscrisis? Hebben wij morele Orion waarden? Hoe zit het met de zorg voor onze kwetsbare leerlingen, collega’s en ketenpartners? Hoe gaan wij als professionals met elkaar om? Als collega’s of als concurrenten, vijanden misschien zelfs, die bestreden moeten worden?

Van 'laissez faire' naar marktdenken
Als wij terugkijken naar 1980, toen wij startten in het onderwijs, tot vandaag zien wij de volgende beweging: In de jaren ’70 en ‘80 stond de zorg nog voorop. In wat toen nog het buitengewoon onderwijs genoemd werd, lag de focus op de beperking van de leerling. Men keek vooral naar wat een leerling allemaal niet kon, maar men wilde hem wel verzorgen. Van dit ontwikkelingsparadigma was het hele maatschappelijk denken doortrokken. Er bestond een heilig geloof in de maakbaarheid van de samenleving. Leerkrachten waren steeds meer opgegroeid in de jaren ’60 en “laissez faire” was een serieuze onderwijsfilosofie. Uiteindelijk ontstond een sfeer, maatschappelijk maar ook binnen school, waarin men meer rechten had dan plichten.

In de jaren ’90 ontstond er een omslag in het denken. Een leerling in het speciaal onderwijs werd meer dan zijn beperking. Het medisch model was achterhaald. De focus kwam te liggen op wat iemand met een beperking dan nog wel kon. Het was de tijd van emancipatie van allerlei minderheidsgroepen, van homo tot psychiatrisch patiënt. Dit idee vond ook zijn weg in het onderwijs. Het werd door hoogleraar Van Gennep vertaald in het burgerschapsparadigma, later uitgewerkt in het idee van de inclusie. Iedereen moet naar vermogen deel kunnen nemen aan het maatschappelijk leven.

De eerste twijfels aan de maakbaarheid van de samenleving deed zich ondertussen gevoelen. Het idee dat iedereen verantwoordelijk is voor zijn eigen leven kwam op. Het hedonisme vierde hoogtij.

De laatste jaren wordt het door marktdenken steeds moeilijker om de gewenste inclusie van mensen met een beperking tot stand te brengen. Het begrip ondersteuningsbehoefte wordt steeds verder uitgekleed. Er moet toch wat gebeuren. Dus binnen het onderwijs: vergroting van klassen, inperking van het speciaal onderwijs, terugdringing van de kosten, ontkenning van de problematiek. Binnen de maatschappij: Het verlagen van de IQ-grens waarop men nog volledig zelfstandig dient te functioneren. Een nieuwe wet: Werken naar vermogen, die in feite een eind maakt aan de sociale werkvoorziening.

Men redeneert vanuit het aan de economie ontleende idee dat als het hogere management slim stuurt, de medewerkers meer productie zullen leveren. De directeuren en medewerkers krijgen targets en die moeten ervoor zorgen dat ook Orion voortgaat in de vaart der volkeren. Orion uit de rode cijfers en de directies en medewerkers een zwaardere belasting en minder arbeidssatisfactie. Leerlingen die achterblijven in hun ontwikkeling en vaker uitvallen.

Werkt dit of gaat dit werken? Wij denken het niet. Is er een alternatief, zoals de in de troonrede van september 2013 gelanceerde participatiemaatschappij?

Wat zeggen onze filosofen?
Een paar statements (citaten uit bovengenoemd boek van Dohmen en Van Buuren):
- Nietzsche verdedigt de moraal van authenticiteit. Authenticiteit betekent: niet bang zijn, niet zomaar je uit angst aan de regels houden. Moedig zijn en dus waar nodig onredelijke autoriteiten weerstaan.
- Foucault: vrijheid is belangrijk als noodzakelijke voorwaarde. Maar het leven is een dynamische aangelegenheid waarin om zo te zeggen geen pas op de plaats kan worden gemaakt. We blijven nooit gelijk aan ons zelf en bereiken onderweg geen eindpunt.
- Taylor: wie er niet in slaagt zijn morele bronnen te articuleren, is veroordeeld tot een zinloos leven.

Stevige taal. Wat kan en doet Orion daarmee?
Orion tracht om in het onderwijs niet alleen accent te leggen op de financiën, minder kosten, het bezuinigen op het onderwijs en top-down gestuurd beleid, maar ook op visie en zingeving. Afknijpen en angst zaaien zijn geen doelen die gekoppeld zijn aan zingeving. Het gaat bij onze onderwijsorganisatie ook om het maatschappelijke nut en de toekomst van jeugdigen met een hulpvraag en ondersteuningsbehoefte. Goed beheer van de scholen en teams die daar werken komt ten goede aan de leerlingen met een beperking. Dienstverlening gaat beter met mensen die zingeving ervaren.

De zaken, die dan aan de orde komen zijn authenticiteit, ontwikkeling, vrijheid. Daarbij dringen zich ook gelijk begrippen als relatie, competentie en autonomie op, zoals we die kennen van de grote pedagoog Luc Stevens.

Graag zouden wij het thema “volwassen arbeidsrelatie” aan de orde stellen.
In een volwassen arbeidsrelatie krijgt de medewerker vrijheid en kan hij of zij autonoom zijn. Geen absolute vrijheid, maar vrijheid in verbondenheid. Verbinding met de doelen, de waarden van Orion, de organisatie, met collega´s, teamleden en leidinggevenden.
Leren en ontwikkelen bij het uitoefenen van de functie staan centraal. Hierdoor kunnen ook processen en producten in ons onderwijs verbeterd worden. Energie kan worden ingezet om het onderwijs op hoger niveau te tillen. Juist met ontwikkelingen richting “Passend onderwijs” dient Orion zijn positie te bepalen en naar het omringende onderwijsveld duidelijk te maken.

Zingeving in opdracht aan Orion
Wat is op dit moment de rol van Orion ten aanzien van het personeel? De zorg voor arbeidsvoorwaarden en HR-regelingen, in-, door- en uitstroom, gezondheidsbeleid en faciliteiten bieden voor leren. Arbeidsvoorwaarden en regelingen zouden de volwassen arbeidsrelatie moeten ondersteunen. Doen ze dat? Pogingen om vrijheid, authenticiteit, verbondenheid op de werkvloer te bevorderen. Orion heeft dat opgepakt in haar traject rondom opbrengst-gericht werken. Zij werkt bijvoorbeeld nu meer planmatig en er is meer reflectie en inspraak georganiseerd. Reflectie is een van de voorwaarden om waarden te achterhalen en bespreekbaar te maken. Bij directeuren zagen we nog te vaak angst om te falen, waardoor men verkeerde of geen beslissingen nam. Teams werden te weinig aangestuurd, verantwoordelijkheden werden bij het middenmanagement gelegd, dat vervolgens werd afgerekend en aan de druk dreigde te bezwijken. Daar staat dan weer tegenover dat er ook scholen zijn waar een te rigide sturing eenzelfde resultaat bereikt, met als gevolg een hoog ziekteverzuim en het vertrek van bekwaam personeel.

Op het Orioncollege zijn na de zomervakantie op vier van de vijf locaties nieuwe directeuren gestart en dat biedt kansen. Tevens wordt er in samenwerking met de UvA en Hogeschool Leiden een meerjarig traject rondom verbetering van het leef- en leerklimaat binnen school geïmplementeerd. En er wordt met de opzet van de Werkstraat een verdere professionalisering van de transitie via stages en praktijkopleidingen naar arbeid nagestreefd.

Wat zien we bij een deel van de leerkrachten van Orion, die in grotendeels verouderde teams functioneren? Collega’s die meer dan twintig jaar op eenzelfde school werken en het wel goed vinden. Elke verandering begroeten zij niet als een verbetering, maar als een bedreiging van hun dagelijkse werkelijkheid. De bevlogenheid is verdwenen en van de directeur en het bestuur valt in hun ogen niets goeds te verwachten. Er heerst een chagrijn en onderlinge achterdocht die het werk tot een straf lijkt te maken. Collega’s die zich inspannen om de kwaliteit van het onderwijs te verhogen worden weggezet als uitslovers. Innovaties als opbrengstgericht werken, het opstellen van een ontwikkelingsperspectief, professionalisering en het werken met een elektronische leeromgeving, worden weggehoond. Het stellen van doelen aan een leerling met een verstandelijke beperking wordt als onrealistisch gezien. Het maken van een lesvoorbereiding als zonde van de tijd. Gelukkig zijn er ook vele goedwillende en gemotiveerde collega’s en dit ongeacht leeftijd. Aan deze collega’s vragen we de krachten te bundelen en gezamenlijk op te trekken in een ontwikkeling richting expertisecentrum om in het kader van Passend Onderwijs ook het reguliere onderwijs te kunnen ondersteunen. We vergeten in het speciaal onderwijs vaak dat we over veel expertise beschikken in het omgaan met leerlingen met een beperking.

“Ook een afbreker bouwt op,”
Wij hopen niet dat dit pamflet gezien wordt als gemopper van een mopperige man. Deze overdenking is juist bedoeld als een positieve aanzet voor het denken over de toekomst van Orion, de rol van het bestuur, directie en personeel. Een nieuw elan is nog steeds aanwezig en op een aantal plekken voelbaar. Verandering is onvermijdelijk en noodzakelijk, zoals ook bezuinigingen in dit tijdsgewricht onontkoombaar zijn. Om veranderingen succesvol te laten zijn, is echter naast een visie en een plan ook draagvlak onmisbaar, met decreten alleen komt men niet ver. Aan visie en een gedegen plan ontbreekt het niet.

“Ook een afbreker bouwt op,” schreef de tedere anarchist L.P. Boon al. Maak gebruik van de expertise en motivatie van de mensen, er zijn kansen genoeg. Als we de know-how en het enthousiasme van de goedwillende medewerkers aanspreken is er heel veel mogelijk en kunnen we de toekomst met vertrouwen tegemoet zien. Passend Onderwijs is dan een kans en geen bedreiging. Als speciaal onderwijs dienen we dan wel kwaliteit te kunnen tonen. Als mensen serieus worden genomen zijn ze ook in staat om verder te kijken dan het beperkte eigenbelang. Uiteindelijk staat het belang van de leerlingen, hun optimale ontwikkeling voorop. Aan hen en hun ouders leggen we uiteindelijk verantwoording af. Hun belang dient ons moreel kompas te vormen. Dat is onze opdracht en dus die van Orion, stichting voor speciaal onderwijs Amsterdam.

Kind van de rekening
Op dit moment voelen sommigen van ons zich door het politieke krachtenveld als voortgedreven door bezuinigingswoede, machtspolitiek en defaitisme, waarbij expertise, bevlogenheid en samenwerking het kind van de rekening dreigen te worden en zo ten slotte de kwaliteit van het onderwijs. Door de focus alleen op de economische rentabiliteit te leggen, dreigen we in een negatieve spiraal te geraken en worden verworvenheden van de laatste dertig jaar, maar ook het inclusiedenken, in rap tempo afgebroken. De inclusieve maatschappij dreigt een extratieve samenleving te worden, waar het “ieder voor zich” het adagium is. Het bestuur is door bestaande tekorten en bezuinigingen beperkt in haar handelingsvrijheid, maar wel zien wij dat er wordt gewerkt aan het onderwijs van de toekomst in Amsterdam. Het bestuur durft “out of the box” te denken en daarmee vastgeroeste structuren los te trekken en van nieuwe inspiratie te voorzien. Als school kun je niet langer als éénpitter opereren, maar dat geldt ook voor het speciaal onderwijs van stichting Orion als geheel. Door de nieuwe wetgeving rondom Passend Onderwijs wordt het gehele onderwijs medeverantwoordelijk voor wat er met de kinderen met een beperking gebeurt. Daarnaast wordt de maatschappelijke zorg met de Participatiewet ook op z’n kop gezet en wordt de gemeente verantwoordelijk voor de mensen die ondersteuning nodig hebben en waarvan wij voor een flink deel de kinderen weer op een van onze scholen hebben.

De participatiewet ten slotte kan meehelpen om ook jongeren met een grote afstand tot de arbeidsmarkt van werk te voorzien.

Trots op de nieuwe generatie
Binnen Orion kunnen we daar, als scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs, met zijn allen de schouders onder zetten. We moeten de expertise bundelen, de individuele bevlogenheid uitdragen naar ten eerste gelijkgestemden en van daaruit samenwerken naar een beter onderwijs, waarbij we ook de connectie zoeken met de zorg en het bedrijfsleven. Wij dienen trots te zijn op ons werk, want een nieuwe generatie helpen onderwijzen en opvoeden is het mooiste werk dat er is. Juist als het gaat om kinderen en jongeren bij wie het niet vanzelf gaat. Uiteindelijk herkent men het ontwikkelingsniveau van een maatschappij aan de wijze waarop zij met kinderen, ouderen en volwassenen met een beperking omgaat, de zwakkeren van de samenleving.

Wij wensen jullie prettige feestdagen en een heel succesvol en angstvrij nieuw jaar.

Cees Blij
Comments