Orion blog‎ > ‎

De pont - Cees Blij

Geplaatst 28 jan. 2016 02:40 door Jelka Bröcheler

De eerste keer dat ik met de pont het IJ overstak, gaf me het gevoel alsof ik een ware zeereis maakte. De tocht leek uren te duren en het IJ een heuse zee. 


Zware shag en zeebenen
Onder de overdekte gangboorden rook het naar zware shag. Toen mijn vader me optilde om me door een raam te laten kijken, fantaseerde ik dat ik door een patrijspoort van een oceaanstomer keek, terwijl die het zeegat uitvoer. In de verte lagen tientallen zeeschepen voor anker en rondom voeren vele kleine vrachtschepen. In de lucht vlogen meeuwen, die af en toe scheervluchten maakten richting de pont om de stukjes brood op te pikken die naar hen werden toegeworpen, ondertussen krijsten ze luid om hun rivalen in de jacht af te schrikken. 

Langzaam kwam de overkant naderbij. De pont schuurde langs de houten bolders, waarop voldane meeuwen, als levende ornamenten, onverstoorbaar bleven zitten. Door de schok die het aanleggen veroorzaakte, viel ik bijna. Gelukkig had ik onderweg al echte zeebenen gekregen. Mijn vader zette me in het kinderzitje en fietste de pont af. 

Exotische kusten
Ik was toen zes jaar en we waren op weg naar mijn vaders werk, de scheepswerf Verschure, omdat daar een schip feestelijk te water zou worden gelaten. Jarenlang heb ik in de overtuiging geleefd dat mijn vader dat schip alleen had gebouwd. Ik vond het zielig voor al die andere kinderen, die daar met hun ouders aanwezig waren, dat zij niet zo’n flinke vader hadden. Zij dachten waarschijnlijk hetzelfde. 

Vanaf die eerste oversteek heeft de pont mij enorm bekoord, vanwege het weidse uitzicht, dat me deed denken aan Amsterdams roemruchte geschiedenis, toen met alle delen van de wereld handel werd gedreven. En het vervulde me met een verlangen naar de zee en exotische kusten. De pont geeft me ook een nostalgisch en weemoedig gevoel. Mijn grootvader heeft meer dan veertig jaar, vanaf 1914, en mijn vader zo’n vijfentwintig jaar bij de scheepswerf Verschure achter de Meeuwenlaan, gewerkt. Al die jaren zijn ze iedere werkdag met de pont overgestoken. 

Bijna alle scheepsbouw is nu uit Amsterdam verdwenen. Waar je vroeger vanaf de pont uitkeek op bedrijvige scheepswerven staan nu pastelkleurige flats van Rem Koolhaas. Op zich zijn ze best mooi, maar ze staan in mijn ogen in een verkeerde omgeving. 

Liefdesverdriet en katers eruit trappen
Toen ik op de middelbare school zat, ging ik zondags vaak met wat vrienden wandelen of fietsen. We volgden de routes van de wandelingen zoals Nescio ze rond de eeuwwisseling maakte, richting Zunderdorp, Holysloot, Ransdorp en Durgerdam. De pont vormde voor ons, als het veer van Charon, de overgang tussen de onderwereld van het hectische stadsleven naar de rustieke omgeving van Waterland. Daar trapten we het liefdesverdriet en de katers van de zaterdagavond uit ons lichaam. Op de terugweg, vermoeid van zo’n dag in de vrije natuur, verlangden we vervolgens weer terug naar de drukte van de stad, die achter de blinde muur van het Centraal Station schuilging, volgens de historicus Brugmans: de grootste bouwkundige vergissing van de negentiende eeuw. Tot slot maakten we in het café bij een glas bier of jenever nieuwe plannen ter verbetering van de wereld. Jongens waren we - maar aardige jongens. 

Bleekneusjes uit de Pijp
Vorig jaar maakte ik met mijn klas, ik was inmiddels schoolmeester geworden, een aantal uitstapjes. De kinderen, bleekneusjes uit de Pijp, kwamen veelal niet verder dan de hoek van hun straat. We bezochten onder andere het Scheepvaartmuseum, de Nieuwe Kerk, het Begijnhof en wandelden door de Kalverstraat. Als laatste uitstapje besloot ik met ze naar Amsterdam-Noord te gaan, met de pont en van daar met het kleine busje, lijn 34, naar het Kinselermeer. 

Echte bootreis

We gingen met de tram tot aan het Centraal Station. We liepen door de brede gang van het station naar de achterkant en vervolgens naar de pont. Een lag er een klaar, zodat we meteen aan boord konden. Een paar kinderen vroegen me of we niet moesten betalen. Ik antwoordde dat ik de kapitein kende en wij daarom gratis mee mochten. Om dit verhaal meer overtuigingskracht bij te zetten, zwaaide ik even naar de stuurhut boven op de pont. Even later ging de klep omhoog en stak de pont van wal. De kinderen leunden over de reling en keken naar het schuimende water rond de pont en het IJsselmeer in de verte en krijsend vlogen de meeuwen nog steeds rondom de pont. Enthousiast liepen ze vervolgens van de ene kant van de pont naar de andere. Voor hun was het een echte bootreis en in hun ogen zag ik eenzelfde blik als ik moet hebben gehad tijdens mijn eerste oversteek. 

Cees Blij
Comments