Orion blog

Op deze pagina staan de blog berichten van onze collega's.

Wie zijn de Orion Bloggers? Klik hier ze te leren kennen.

Julia heeft ook een eigen website met haar blog. Klik hier!


  • Puber in kinderwereld - Jenny de Leth Brenda is een schat van een meid. Een 13-jarige puber, met alles er op en d'r aan wat daarbij hoort en al bijna net zo groot als mij ...
    Geplaatst 12 feb. 2019 07:54 door Jorinde Boon
  • Vallen en opstaan - Jenny de Leth Brenda valt meerdere keren per dag. Als een volleerd judoka worden deze valpartijen in de mooiste creaties uitgevoerd met koprollen en flikflakken. Dan zegt ze dat alles oké is en ...
    Geplaatst 12 feb. 2019 07:51 door Jorinde Boon
  • Vooruit en achteruit - Jenny de Leth Toen Brenda naar speciaal onderwijs ging kreeg ze ook allemaal therapieën. Ergotherapie, logopedie en fysiotherapie. En dat werd allemaal onder schooltijd gedaan. Dan werd ze uit de les gehaald door ...
    Geplaatst 12 feb. 2019 07:50 door Jorinde Boon
  • Een les levend materiaal - Cees Blij Dieren in school zijn vaak een welkome aanvulling op het didactisch materiaal. In de opleiding tot onderwijzer werd dit ook onderkend. Een les met levend materiaal geven, zoals dat met ...
    Geplaatst 12 feb. 2019 07:48 door Jorinde Boon
  • Meester Kapper - Cees Blij Elke ochtend om half 9 sta ik bij de deur om mijn leerlingen te verwelkomen. Ik schud ze de hand en spreek enkele woorden tot ze, zodat ze zich gezien ...
    Geplaatst 12 feb. 2019 07:46 door Jorinde Boon
  • Zitten hier ook gehandicapte kinderen? - Cees Blij We zijn het nieuwe schooljaar gestart met twee volledig nieuwe onderbouwgroepen. De ene groep heeft leerlingen die vrijwel allen afkomstig zijn van so-zml scholen Koetsveld en Heldring, en in ...
    Geplaatst 12 feb. 2019 07:44 door Jorinde Boon
  • Zo gênant - Jenny de Leth Als ik voor een gesprek op school moet komen, eet ik altijd gezellig met Brenda een broodje en een soep in de aula. Voor mij altijd een verassing wat voor ...
    Geplaatst 12 feb. 2019 07:42 door Jorinde Boon
  • Geen schoolreisje meer - Jenny de Leth Elke schooldag begint al 5 jaar lang als een schoolreisje. Ik breng mijn dochter naar de bus en wacht tot ze in de gordel zit terwijl de chauffeur haar rollator ...
    Geplaatst 12 feb. 2019 07:42 door Jorinde Boon
  • Het geweten - Cees Blij Graag wil ik aandacht te besteden aan het moraliteitsbesef van kinderen en jongeren met een lichte verstandelijke beperking. Zij vormen de populatie van onze school en hebben vaak problemen ...
    Geplaatst 12 feb. 2019 07:24 door Jorinde Boon
  • Het aquarium - Cees Blij Enige maanden geleden werd ik voor school aangesproken door een buurvrouw met de vraag of ik geïnteresseerd was in een aquarium. Aangezien ik vroeger zelf jarenlang een vrij groot aquarium ...
    Geplaatst 14 nov. 2018 00:58 door Jelka Bröcheler
  • Het leeftijdsverschil in haar - Jenny de Leth Een puber van bijna 13 hebben met het uiterlijk dat daarbij hoort maar emotioneel op de leeftijd van een jaar of 8 zit is vaak moeilijk maar soms ook erg ...
    Geplaatst 2 dec. 2017 22:47 door Jelka Bröcheler
  • Beroemd - Jenny de Leth Brenda en ik zijn beroemd...Althans dat vind Brenda; ik noem het bekend...Want doordat ik nu al heel veel blogs over ons gezinnetje heb geschreven die gepubliceerd zijn op ...
    Geplaatst 21 sep. 2017 06:15 door Jelka Bröcheler
  • Leve de vooruitgang! door Jenny de Leth Brenda heeft een geweldige fysiotherapeut; hij is aardig maar streng en laat zich niet om de tuin leiden door haar smoesjes.En heel belangrijk: hij vind haar niet zielig en ...
    Geplaatst 18 sep. 2017 07:01 door Jelka Bröcheler
  • Een dip... door Jenny de Leth Ik ben dolblij met hoe goed het met Brenda gaat.Van verlamd poppetje naar dansende ballerina in 7 jaar tijd is natuurlijk geweldig!Van gewoon onderwijs naar speciaal onderwijs bleek ...
    Geplaatst 14 sep. 2017 01:44 door Jelka Bröcheler
  • Fietstocht team speciaal voor - filosofische overpeinzingen door Cees Blij Filosofische bespiegelingen van een fietserAcht leerlingen van de vier scholen, Noord, West, Zuid en Zuidoost, van het Orion College voor voortgezet speciaal onderwijs hebben vier dagen lang gefietst om ...
    Geplaatst 10 jul. 2017 06:41 door Jelka Bröcheler
Berichten 1 - 15 van 52 worden weergegeven. Meer bekijken »



Puber in kinderwereld - Jenny de Leth

Geplaatst 12 feb. 2019 07:54 door Jorinde Boon

Brenda is een schat van een meid. Een 13-jarige puber, met alles er op en d'r aan wat daarbij hoort en al bijna net zo groot als mij. Met hersenletsel maar dat zie je natuurlijk niet aan de buitenkant maar ik weet het dondergoed, want al heeft ze door haar leeftijd dan haar puberbuien; door haar hersenletsel zit ze emotioneel op een 8-jarige.

Binnenkort is er hier in het winkelcentrum een hele happening met Anna en Elza van de film Frozen. Je mag zomaar met je favoriete op de foto en nou dat ziet Brenda helemaal zitten, want als er eentje gek is op alles wat met Disneyprinsessen te maken heeft, dan is het Brenda wel.

Omdat ik de bui al zag hangen, heb ik verzwegen dat deze meet en greet er zou zijn. Maar toen we in de boekwinkel waren zag ze een flyer liggen en kleurplaten waarmee je aan een wedstrijd mee kan doen en leuke prijzen kan winnen.

En ja hoor waar ik al bang voor was gebeurde ook; "Mam, ik heb het in de agenda gezet hoor, dan kunnen we het niet vergeten!"
"Lieverd, weet je het nou wel zeker want je staat als enige lange slungel tussen al dat kleine grut hoor."
"Mam dat kan me niets schelen en het maakt me niets uit wat anderen daarvan zeggen."

Bewonderenswaardig, absoluut, maar ik ben er nu al ziek en verdrietig van. Want ik weet al precies hoe al die kinderen haar zullen gaan bekijken met haar rollator en elastieke benen. Na 9 jaar handicap versus de buitenwereld, weet ik bijna zeker dat de gezichten van die kinderen op 'standje gadverdamme; staan.

Er zal onderling met elkaar gesmoesd worden want heb jij ook dat rare kind gezien? "O, ze kijkt naar ons doe net of we haar niet zien.
'O nee, ze komt naar ons toe en wilt praten, negeren....wegkijken... dan gaat ze vanzelf wel weer weg."


Vallen en opstaan - Jenny de Leth

Geplaatst 12 feb. 2019 07:51 door Jorinde Boon

Brenda valt meerdere keren per dag. Als een volleerd judoka worden deze valpartijen in de mooiste creaties uitgevoerd met koprollen en flikflakken. Dan zegt ze dat alles oké is en staat gewoon weer op. Maar heel soms blijft ze liggen en begint te huilen en gaan bij mij de alarmbellen af, want deze bikkel huilt echt niet zomaar.

Nu hebben wij ook hier in huis de liefste en leukste hond van de hele wereld en een ware vriend voor alle leden van ons gezin. En Brenda vindt niets leuker dan hem te plagen en te laten schrikken en hij doet altijd enthousiast mee want dat doe je als ware vriend van het gezin.

Alleen gisteren schrok hij wel heel erg en gaf een gil waardoor Brenda weer schrok en ondersteboven op de grond belandde met haar hand dubbelgevouwen onder zich. Dan kijk ik het eerst even aan; huilt ze, kan ze de hand nog gebruiken?

En tegelijkertijd mopper ik ook tegen haar en zeg dat het haar eigen schuld is, omdat ik nu al 100 keer heb gezegd dat ze de hond niet moet laten schrikken en 'kijk dit komt er nu van, sufferd'. Ik vraag of ze nu eindelijk snapt waarom ik dit steeds zeg, en beteuterd beaamde ze dat dan.

Kyona ligt wat geschrokken op zijn kleedje en liefdevol worden er twee armen om hem heen geslagen, dikke kussen gegeven aan hem en veelvuldig sorry gezegd. En zoals een echte vriend dat doet, zo wordt haar alles door haar hondenvriend vergeven en krijgt ze 100 hondenkusjes terug.

Later op bank begint even later het sniffen wat uiteindelijk huilen wordt en samen bekijken we de vinger die nu wat dikker en donkerder word. 
Maar ja wat moet je doen als de huisartsenpraktijk al gesloten is en dit niet echt spoed is; je gaat ook niet zomaar even met een vinger naar de spoedpost.

Dus wat tape om de vinger gedaan zodat hij steun heeft aan de vinger ernaast, drie dikke zoenen erop en ga maar lekker tv kijken dan gaan we morgen naar de dokter.

Even later komt er een lieve vriendin op visite en hebben we twee gezellige uurtjes en word er niet meer naar de vinger omgekeken.
Tot vriendin weg is en er zacht gehuild wordt dat haar vinger nu echt heel erg pijn doet, en ik zeg 'nou, laat maar eens zien dan, moppie' om me vervolgens rot te schrikken zo verdrievoudigd was ie! En blauw en paars...

Maar onderhand was het al 20.40 uur en dan wil je echt niet meer naar de Spoedpost. Totdat ik me bedacht dat het haar linkerkant is. Links die door haar verlamming minder doorbloed is en bijna gevoelloos en als zij dus zegt dat het pijn doet, dan moet de pijn bij geen verlamming wellicht verviervoudigd aanvoelen.

Dus daar gingen we om 21.15 uur naar de Spoedpost , werd er door verschillende verpleegsters flink geschrokken bij de aanblik van haar vinger, werden er drie foto's gemaakt, waarop Alex en ik al meteen een wit stukje los zagen zitten, maar nee dat was normaal, werd er verteld. Toch nog maar even een extra foto gemaakt, en wat een verassing; er zat een stukje los had de dokter gezien, zucht.
Jubel de jubel voor Brenda, want nu kreeg ze gips want dat wilde ze zo graag; hoera!

Maar zodra het erop zat, werd er flink gemopperd dat het stom gips was en dat ze morgen echt voor schut ging lopen op school, want kijk nou hoe lelijk het is mama. Nog een weekje wachten dan mag er nieuw gips om en gaan we kiezen voor poezenpootjes erop, dus even volhouden moppie.

Ik merk dat we meteen extra bij moeten springen in haar verzorging, want al is het maar een hand in gips; ze is door het gewicht ervan nog instabieler dan ze al was. Ze moet nu werkelijk overal bij geholpen worden en kan ook haar rollator niet meer gebruiken, dus ze moet op school in de rolstoel vervoerd worden. Even weer terug naar af.

Vooruit en achteruit - Jenny de Leth

Geplaatst 12 feb. 2019 07:50 door Jorinde Boon

Toen Brenda naar speciaal onderwijs ging kreeg ze ook allemaal therapieën. Ergotherapie, logopedie en fysiotherapie. En dat werd allemaal onder schooltijd gedaan. Dan werd ze uit de les gehaald door de therapeut en erna weer naar de klas terug gebracht.

In de loop der jaren verbeterde ze zienderogen en werd Logopedie geschrapt. De enige keer dat wij merkten dat ze langzamer praatte dan haar leeftijd genootjes was als het Sinterklaas was en ze bij haar schoentje 'Sinterklaasje, bonne bonne bonne' ging zingen. Ik zong altijd mee en merkte dan dat ik een toontje langzamer ging zingen zodat ze me bij kon houden.

Al snel kwam ik er ook achter dat 'Een potje met vet' tijdens de autorit ook geen goed idee was want het zinnetje; 'potje potje potje potje veeheehet', werd door het langzame tempo een pure worsteling om door te komen dus bij het eerste couplet stopte we daar maar weer mee. Maar verder hadden we absoluut geen last van het langzame tempo dus Logopodie werd beëindigd.

Ergotherapie werd ook langzaamaan afgebouwd en uiteindelijk werd dat alleen nog ingeschakeld als we echt een zorgvraag hadden zoals bijvoorbeeld een mooier handschrift of veters strikken.

Uiteindelijk bleef alleen Fysiotherapie nodig waarbij onze zorgvraag was; maak haar benen sterker zodat ze daar profijt van zal hebben bij het lopen en ballet. Nou, dat was niet tegen dovemansoren gezegd en vol overgave stortte de therapeut zich op een waar trainingsschema om de kracht in de benen en balans bij Brenda terug te krijgen. En aan het eind van dat schooljaar was het doel bereikt; Brenda kon 2,5 kilometer achter elkaar op de loopband lopen en 75 (!) kilo wegdrukken met haar benen.

Helaas voor ons ging de therapeut weg van school omdat hij ander werk ging doen en kreeg ze een andere therapeut waar helaas geen klik mee was; een vereiste om met Brenda te kunnen samen werken. 
Na een paar keer heb ik dan ook gezegd dat ze er beter mee konden stoppen want dat het never nooit ging lukken, want Brenda zetten massaal haar kont tegen de krib op therapiedagen.En ach; hoe goed was ze al vooruitgegaan door vorig jaar, dus het was wel goed zo.

De zomervakantie kwam en zoals elk jaar ging ze in deze periode motorisch erg achteruit door gebrek aan fysiotherapie en ballet. Na de vakantie werd op haar nieuwe school gevraagd of Brenda bepaalde therapieën, waaronder Fysiotherapie, nodig had, maar we zeiden nee omdat we het belangrijker vonden dat ze in dit schooljaar zoveel mogelijk in de klas bleef, en bovendien het ging toch goed zo?

En langzaamaan ging ze door gebrek aan therapie achteruit en slingerde steeds vaker aan mijn arm of heup en kwakte ze me alle kanten op door haar onbalans. Brenda en ik zijn lichamelijk een ontzettende foute combi; zij heeft haar motorische handicap en ik heb mijn reuma. Maar de veranderingen gingen zo langzaam dat het niet eens opviel.

Totdat we door de toename van auto's in de buurt steeds vaker verder weg moesten parkeren en door smalle stegen ons huis moesten bereiken waarbij ze me door haar onbalans alle hoeken van de steeg liet zien en me tegen diverse muren en deuren aan knalde. "Het lijkt wel of ze motorisch steeds meer achteruit gaat", zei ik tegen iemand. Toen gingen bij mij eindelijk de bellen rinkelen. Vanaf deze week zit ze één keer per week op Fysio-sporten. Gewoon na school zodat ze op school in de les kan blijven, dus dat is perfect.

Bij de intake die ik had hebben we een uur gezocht naar de geschikte therapeut voor Brenda, want geen klik is geen interesse bij Brenda en het was de eerste keer dan ook best spannend. Maar we hadden een goede uitgekozen. Jeroen; een vrolijke vent met veel humor maar ook streng wat erg nodig is én hij heeft de gave om haar in haar enthousiasme af te remmen. Dus ik zeg; we gaan er voor!

Een les levend materiaal - Cees Blij

Geplaatst 12 feb. 2019 07:48 door Jorinde Boon

Dieren in school zijn vaak een welkome aanvulling op het didactisch materiaal. In de opleiding tot onderwijzer werd dit ook onderkend. Een les met levend materiaal geven, zoals dat met enig gevoel voor understatement genoemd werd, was dan ook een vast onderdeel het programma tijdens het hospiteren. Dit levend materiaal werd vaak gevormd door een lieftallig huisdier, zoals een poes, hondje, parkiet of kanarie en hamster of cavia. De wat meer avontuurlijke student nam een slang, hagedis of zelfs leguaan mee naar de school waar gehospiteerd werd.


Zelf wendde ik mij tot een goede vriend die in het bezit was van een dwergkonijn. Dit konijn was zwart/wit gekleurd, van veraf leek hij zelfs een beetje op een miniatuurpanda met flaporen. Volgens mijn vriend Paul was het een zeer lief konijn, handtam, en liet het zich gemakkelijk oppakken en aaien. “Kortom, konijn Brammetje eet uit je hand.”  


Ik bereidde een gedegen les voor met een inleiding, een stuk informatie, een moment voor vragen en tenslotte het doorgeven van het konijn in de kring en een verwerking. Kortom het actieve directe instructie-model in praktijk, voordat het was uitgevonden.

De avond voor de les haalde ik bij mijn vriend het konijn op. Ik vervoerde het knaagdier in een kattenkooitje achter op de fiets. Voordat ik vertrok verzekerde mijn vriend me nogmaals dat het hier een heel lief konijn betrof. Ik had daar even mijn bedenkingen bij toen ik zag dat Brammetje nogal erg snel met zijn neusje trilde en daarbij zijn tandjes ontblootte. Hoewel het aan een kwaadaardige doberman met een hazenlip deed denken, moest ik me daar geen zorgen over maken, zei Paul.


De volgende dag reed ik licht gespannen met Brammetje achterop naar de basisschool waar ik hospiteerde, zo heette dat toen, tegenwoordig zeggen we stage lopen. ’s Nachts was ik menigmaal uit een onrustige slaap geschrokken omdat het konijn zijn tanden aan de tralies aan het scherpen was, althans zo klonk het.

De les verliep prima, leerkracht achter in de klas met een beoordelingsformulier en ik voor het bord, met daarop een bordtekening van een konijn, een gebit en leefomgeving, de kooi met het konijn op tafel. Ik vertelde het doel van de les en ook hoe het verloop zou zijn. Dus dat aan het eind van de les de mogelijkheid zou bestond om het konijn op schoot te nemen en te aaien. Na de uitleg over het dwergkonijn, zijn levenswijze, eetgewoonten, voortplanting e.d.


Zelf stond ik aan de grond genageld en dacht dat deze scene nog wel eens zou kunnen opduiken in een horrorfilm: “Rabbit from Hell” genaamd. Ik vermande me en vroeg aan de leerkracht om met de leerlingen het lokaal te verlaten, waarna ik zou proberen om het konijn, dat inmiddels achter in het lokaal zat uit te hijgen, terug in de kooi te krijgen.

De leerkracht loodste de leerlingen naar buiten, ondertussen een theedoek wikkelend om de bloedende wijsvinger van de als een espenblad trillende leerling. Later is de meester nog met hem naar de eerste hulp gegaan om te kijken of de wond gehecht diende te worden en een vaccinatie tegen tetanus.


Nadat het stil was geworden in de klas liet Brammetje zich relatief makkelijk pakken, hij was waarschijnlijk ook uitgeput, zijn batterij leek eindelijk leeg.


’s Avonds bracht ik Brammetje terug naar zijn eigen huis, blij dat hij niet door alle hectiek was gestorven. Mijn vriend Paul hoorde het verhaal aan en vertelde toen dat Brammetje een drankprobleem heeft en waarschijnlijk door onthouding in een soort aanval was geraakt. Wat was namelijk het geval. De moeder van Paul had een glazen karaf met een kraantje op de kast staan waarin zich sherry bevond. Dit was in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw een veel voorkomend verschijnsel. In vele huishoudens stond een dergelijke karaf op de kast, zeker nadat duidelijk was geworden dat een sherrydieet goed helpt om de jaarlijkse bikinilijn te bereiken, ten tweede verdoofde het binnenshuis enigszins de saaiheid van het huwelijksleven. Over het algemeen nam de getrouwde vrouw geen deel aan het maatschappelijk leven, anders dan binnenshuis.


Bram bleek zich het afgelopen jaar ook aan de sherry te hebben verslingerd. Hij kon via een stoel en tafeltje makkelijk op de kast komen en het bleek dat zich aan het kraantje steeds een druppel vormde, omdat het leertje waarschijnlijk lekte. Zo werd Brammetje, omdat hij steeds de druppel van het kraantje likte langzaamaan alcoholist. De abstinentie, eerder dan de drukte, had hem waarschijnlijk tot razernij gebracht. Dat was althans de conclusie van mijn vriend, die naar mijn idee ook veel te veel dronk.


Toen was daar het moment gekomen om het konijn uit zijn kooitje te halen en rond te laten gaan. Er waren kinderen die het konijn niet durfden aan te raken, die zaten in een tweede ring. De anderen keken gretig uit naar het moment dat ze Brammetje konden gaan knuffelen en misschien een stukje wortel voeren.


Ik pakte het konijn op uit de kooi, die ondertussen bezaaid lag met keuteltjes op de krant van gisteren. Ik voelde zijn hartje onstuimig slaan en tegen zijn borstkastje springen alsof het eruit wilde breken. Voorzichtig overhandigde ik het aan de eerste leerling. Die nam het konijn op zijn schoot en begon het dusdanig hard te aaien dat het leek alsof ze een onwillig kruintje wilde neerduwen. Brammetje legde zijn oren in zijn nek en bleef verstijfd zitten. Van de stress liet ze enige keuteltjes vallen. De leerling schrok, pakte hem op om aan de volgende door te geven.


Deze leerling bracht zijn handen naar voren en op dat moment kwam bij Brammetje alle opgekropte angst en agressie er in één keer uit. Met z’n sterke achterpoten zette hij zich af op de dijen van de eerste leerling die hem nog vasthield en zijn kopje schoot naar voren, waarna hij zijn voortanden in de wijsvinger van de reikende hand van tweede leerling boorde. Beide leerlingen slaakten een kreet, degene die het konijn vast had, liet het los en even hing Brammetje in het luchtledige als een vis aan een haak. In dit geval echter een wijsvinger. Door zijn gewicht en een schuddende beweging van de hand, viel Brammetje van de vinger op de grond. Als het opgewonden konijntje van de Duracelbatterij begon hij door de klas te rennen. Waar inmiddels meerdere leerlingen het uitschreeuwden, geschrokken als ze waren van het bloed dat flink uit de wond aan de vinger stroomde en bang als ze waren geworden van het rondspringende konijn.  Enkelen gingen zelfs op hun stoel staan.

Meester Kapper - Cees Blij

Geplaatst 12 feb. 2019 07:46 door Jorinde Boon

Elke ochtend om half 9 sta ik bij de deur om mijn leerlingen te verwelkomen. Ik schud ze de hand en spreek enkele woorden tot ze, zodat ze zich gezien weten en welkom voelen.

“Hallo Maaike, je ziet er uitgeslapen uit. Heb je gisteren nog geturnd.”

“Dag meester, ja ik heb gisteren op de evenwichtsbalk geoefend, op één been staan.”

“Zo, dat is een hele kunst. Ik kan er amper met twee benen op blijven staan, knap hoor,” zeg ik welgemeend, terwijl Maaike naar binnen loopt.

“Dag Mustafa, hoe is het met je moeder? Is de nieuwe baby al onderweg?” vraag ik.

“Nee mees, mijn moeder zegt dat het nog wel twee weken gaat duren voordat de baby er is.”

“Ik hoop dat het snel gebeurt, want ik heb wel trek in beschuit met muisjes.”

Mustafa loopt lachend de klas in en schudt daarbij zijn hoofd. Altijd trek, die meester.

“Hallo Gijs, wat zit je haar mooi, zeker naar de kapper geweest?” veronderstel ik op het moment dat Gijs langs me loopt met een gemillimeterd koppie waarin ook nog een paar bliksemschichten zijn uitgeschoren aan de zijkant van zijn hoofd, boven de oren.

“Ja, meester,” zegt hij trots.

Gijs is een twaalfjarig echt Amsterdams straatschoffie om te zien. Hij heeft niet veel vet op de botten en is van gemiddelde lengte. Zijn hoofd is smal en wat groot in verhouding tot de rest van zijn lichaam. Zijn tanden staan enigszins naar voren en een beugel is geen overbodige luxe. Zijn spraak is slissend.

De moeder van Gijs heeft het niet breed en zijn kleding is dan ook niet volgens de laatste mode. Hij draagt vaak een trainingsbroek en een T-shirt. Gijs’ moeder is al van een zekere leeftijd. Gijs is duidelijk een nakomertje. Hij heeft een oudere broer en zus die al lang volwassen en het huis uit zijn. Moeder en Gijs wonen in de Damstraat en het verhaal gaat dat moeder vroeger in het “leven” heeft gezeten en door boodschapjes en wat schoonmaakwerkzaamheden voor de nieuwe generatie dames wat bovenop haar uitkering verdient.

“Wat betaal je daar nou voor,” informeer ik, nieuwsgierig als ik ben naar de economische positie van het kappersbedrijf.

“Mijn moeder heeft er vijfentwintig gulden voor betaald. De tekens aan de zijkant kostten vijf gulden extra.”

“Tjonge dat is duur,” en voor dat ik er goed over heb nagedacht flap ik eruit: “Nou ik scheer je voor vijf gulden in z’n totaal.”

Gijs kijkt me, terwijl hij naar binnen loopt, ongelovig aan: “Echt waar meester?” Ik knik nadrukkelijk ter bevestiging.

Zes weken later word ik op een middag aan de telefoon geroepen door de conciërge, de moeder van Gijs.

“Hallo meester, Gijs moet binnenkort weer naar de kapper. U weet ik heb het niet breed en nu vertelde hij me dat u het ook zou kunnen knippen en scheren voor vijf gulden. Is dat zo of maakte u een grapje?”

Eigenlijk maakte ik toen half en half  een grapje, maar ik heb thuis een tondeuse en vaak bij mijn vrouw toegekeken hoe zij haar vader en broer schoor. Nu wordt er naar aanleiding van mijn grootspraak alsnog een beroep gedaan op mijn veronderstelde vakkennis. Maar hoe moeilijk kan het zijn. Ik zeg dus dat dit een daadwerkelijke toezegging van mij was en dat ik een afspraak met Gijs zal maken om in de loop van de week zijn coupe te fatsoeneren.

Thuis laat ik me diezelfde avond goed de werking van de tondeuse uitleggen en hoe je de verschillende lengtes kan instellen en dat je bovenop het hoofd het haar iets langer moet laten dan aan de zijkant en in de nek. Tevens wordt me geleerd hoe de bliksemschichten in het haar aan te brengen.

Op vrijdagmiddag na schooltijd wordt Gijs mijn eerste klant. Hoe moeilijk kan het zijn. Mijn vrouw heeft haar gehele kappers-set aan me meegegeven. Ik zet Gijs in een stoel en doe hem een kapmanteltje om. Ik bevochtig zijn haar een beetje, kam het en zie dat zijn haar vele kruinen kent, op verschillende plekken van zijn hoofd, dit maakt dat als het haar wat langer wordt het alle kanten op gaat staan. Vandaar dat bros haar het meest geschikte model voor hem is. Ik pak de tondeuse en zet hem aan. Onwennig ga ik door het haar en zie hele plukken op het kapmanteltje neerdalen. Als ik een tijdje bezig ben, neem ik even afstand en overzie mijn werk. Hier en daar staan nog wat lange sprieten overeind, maar over het geheel begint het al wat te lijken.

Ik moet denken aan de keer dat ik zelf afstand deed van mijn lange haar. Dat was op de zolderkamer van een vriend. Na een stel bier vonden we het tijd geworden om ons lange haar vaarwel te zeggen. Het hippiedom was al ten grave gedragen. Aangezien deze vriend ons al het voorbeeld had gegeven besloten wij dat hij ons mocht scheren. Toen ik de volgende ochtend thuis in de spiegel keek zag ik dat mijn nieuwe coupe nog vele lange plukken haar had. Met dat haar had ik ’s nachts ook nog in de kroeg gestaan. ’s Middags heeft mijn moeder de ravage trachten te fatsoeneren.  

 Ik ben er dus gespitst op dat Gijs met een perfect model wordt afgeleverd en wissel de tondeuse in  voor een schaar, om met name rond de oren het melkboerenhondenhaar goed bij te knippen zodat er geen Lambiekplukjes blijven staan.

“Auw,” roept Gijs en grijpt naar zijn oor. Ik blijk met de schaar een knipje in zijn oor te hebben gegeven. Het bloed druppelt langzaam langs zijn slaap naar beneden.

“Wacht even Gijs,” zeg ik. “Ik moet even een papiertje pakken om het bloeden te stelpen.” Gelukkig valt de verwonding mee,  zie ik als ik het bloeden gestelpt heb. Gijs geeft verder ook geen kik.

“Nou Gijs, je bent bijna klaar. Wil je ook weer van die mooie versieringen aan de zijkant van je hoofd.” Dat wil hij wel.

Ik haal het opzetstuk van de tondeuse en zet de razendsnel schuivende mesje boven zijn oor tegen zijn hoofd. Direct ontstaat er een witte streep op zijn schedel. Dat is dus zo gebeurd. Ik hou de tondeuse nog een keertje schuin en daarboven weer recht. Er is nu een Z gezet op z’n hoofd. Hetzelfde herhaal ik aan de andere kant en daarmee is de knipbeurt beëindigd.

Ik verwijder de kapmantel en laat Gijs in de spiegel kijken en zie dat hij tevreden is.

“En Gijs, hoe vind je het geworden,” vraag ik, vervuld van trots over mijn eigen werk.

“Goed mees,” zegt hij, terwijl hij met z’n rechterhand over zijn hoofd wrijft en daarmee de laatste losse haartjes op de grond laat dwarrelen. Hij pakt vijf gulden uit zijn zak om mij te geven. Ik sla die af met de woorden: “Geef die maar terug aan je moeder, misschien mag je er zelf wat voor kopen.”

De rest van het jaar en het jaar daarop blijf ik Gijs scheren, maar ook Freddy, als hij er achter is gekomen dat Gijs bij zijn meester onder het mes gaat. Je mag namelijk geen verschil maken tussen je leerlingen.


Zitten hier ook gehandicapte kinderen? - Cees Blij

Geplaatst 12 feb. 2019 07:44 door Jorinde Boon

We zijn het nieuwe schooljaar gestart met twee volledig nieuwe onderbouwgroepen. De ene groep heeft leerlingen die vrijwel allen afkomstig zijn van so-zml scholen Koetsveld en Heldring, en in de andere groep zitten leerlingen die afkomstig zijn van de sbo-scholen Universum, Zeppelin en Spectrum.


Voor de leerlingen uit de laatstgenoemde groep, met als uitstroomperspectief arbeid, is het verkeren binnen een vso-zml school nog best even wennen. Zowel aan de gang van zaken binnen school, die in vele opzichten lijkt op die van andere voortgezet onderwijs scholen, bijvoorbeeld met een kantine waar tussen de middag gegeten wordt, als aan het speciale van de schoolbevolking, want een deel van leerlingen heeft als uitstroombestemming dagbesteding en daar zitten ook kinderen met het Syndroom van Down tussen.


Tussen de middag eten de leerlingen met hun leerkracht in de kantine, waar zowel de meegebrachte lunch genuttigd kan worden, maar waar ook ‘s ochtends bestelde broodjes of een soepje kunnen worden gegeten.


De sbo-groep van juf Sheila zat in de eerste of tweede week samen in de kantine te eten, toen het oog van een aantal meisjes viel op Joep.
Joep is een zestienjarige jongen uit de middenbouw, die eveneens met zijn klas in de kantine aan de lunch zat. Joep is ook een klassieke autist met een grote bewegingsonrust. Dit betekent dat het hem niet lukt om de hele 20 minuten dat een kantinebezoek duurt op zijn stoel te blijven zitten. Af en toe moet hij even rondlopen. Op zulke momenten laat hij ook het voor autisme zo kenmerkende fladderen zien. Met beide handen maakt hij dan gebaren die enigszins doen denken aan het spelen van de luchtgitaar.   

De meisjes keken hier in eerste instantie verbaasd naar, maar begonnen er vervolgens opmerkingen over te maken en het gefladder te imiteren. Het werd steeds duidelijker dat ze het gedrag, omdat ze het niet konden thuisbrengen, belachelijk maakten. Juf Sheila liet dit niet betijen en sprak de dames erop aan. Ze vertelde dat het geen pas gaf om iemand zo openlijk te bespotten en tegelijkertijd wilde ze ook begrip kweken voor de situatie van Joep. Ze sloot haar reprimande dan ook af met de woorden dat het gedrag van Joep veroorzaakt werd door zijn handicap en dat hij het fladderen niet expres deed. Na het horen van het woord handicap sloeg Destiny verschrikt haar hand voor haar mond en zei, nadat ze haar hand weer had weggetrokken: “Wat zielig juf. Zitten hier dan ook gehandicapte kinderen op school? Dat wist ik niet.”


Aan de gezichten van haar klasgenoten viel af te lezen dat deze informatie ook voor hen nieuw was. Het feit dat ze ook zelf een lichte verstandelijke beperking hebben is nog in de verste verte niet bij hen geland. Het is onze taak om hen zelfvertrouwen te geven, maar ook een realistisch beeld van de eigen mogelijkheden.

Zo gênant - Jenny de Leth

Geplaatst 12 feb. 2019 07:42 door Jorinde Boon

Als ik voor een gesprek op school moet komen, eet ik altijd gezellig met Brenda een broodje en een soep in de aula. Voor mij altijd een verassing wat voor broodje ik krijg, want Brenda besteld het 's morgens bij de keukenjuf en ik zie het pas als ik er ben. 

De laatste keer voordat ze naar school ging, kreeg ik echter de dringende instructie om vooral niets te doen waarvoor zij zich moet schamen, want "mam, mijn hele klas zit in de aula, dus doe alsjeblieft niet iets stoms." 

En werk
elijk waar ik doe niets stoms en let goed op dat ik me normaal kleed want o de schaamte die ik voelde toen mijn ouders in nette kleding op school kwamen...  Na 34 jaar voel ik die nog, dus ik begrijp Brenda echt wel. Ik slurp niet als ik mijn soep eet, snuit ook niet overdreven mijn neus en lach niet overdreven hard.

Maar Brenda is nu eenmaal een puber en ik ben sinds een half jaar gedegradeerd tot de stomste mama aller tijden en echt; ik kan werkelijk niets goed doen tegenwoordig. Ik adem stom, ik nies te luid. "Kan je misschien stoppen met fluiten... neurie niet zo irritant, mam.... stop alsjeblieft met dansen want het ziet er echt niet uit... houd je die kleren echt aan vandaag...?"

Toch denkt ze er niet over om ons wekelijkse lunch af te schaffen, want eigenlijk vindt ze het wel heel erg gezellig zo met z'n tweeën. 
Vraagt ook bij het laatste restje soep in het schaaltje of ik haar wil voeren omdat ze haar linkerhand slecht kan gebruiken en ze bang is dat ze zal morsen.

Zachtjes vraag ik of dat nou niet een klein beetje gênant is, om haar te voeren waar al haar klasgenoten bij zitten en verbaasd kijkt ze me aan; nee natuurlijk is dat niet raar, mam doe nou toch eens normaal...!"

Hou vol, denk ik dan. Nog 4 jaar en dan ben ik weer de liefste mama van de wereld.

Geen schoolreisje meer - Jenny de Leth

Geplaatst 12 feb. 2019 07:41 door Jorinde Boon   [ 12 feb. 2019 07:42 bijgewerkt ]

Elke schooldag begint al 5 jaar lang als een schoolreisje. Ik breng mijn dochter naar de bus en wacht tot ze in de gordel zit terwijl de chauffeur haar rollator en schooltas veilig vastzet. Dan geef ik haar een kus en wens haar heel veel plezier op school en zeg dat ik van haar hou. Vlak voordat de bus wegrijd teken ik aan de buitenkant van haar raam snel een hartje of een smiley en zodra de bus in beweging komt zwaai ik net zolang totdat de bus de hoek om gereden is. 

De buren die op weg zijn naar hun werk vinden het maar wat gezellig dat enthousiaste gezwaai al weten ze dat het niet voor hun bedoeld is, en zwaaien vrolijk lachend terug. Dan loop ik gauw terug naar huis en blijf onder de lantaarnpaal buiten staan zodat ik goed te zien ben en nog heel even rijd in de verte de bus langs, verminderd vaart en weer begint het enthousiaste gezwaai overnieuw totdat de bus gas geeft en niet meer te zien is.

Omdat het de afgelopen weken wat kouder werd en het soms ook regende en Brenda toch de eerste is die opgehaald word, had Brenda bekokstoofd met de chauffeur dat ze nu gewoon 's morgens bij de deur opgehaald wordt wat echt wel een luxe is en waar ik heel erg snel aan kan wennen. Want buiten in de kou en de regen wachten met een hond aan de riem en een dochter met rollator onder de paraplu terwijl ik zelf natgeregend word; nee dat is geen pretje. Maar hoe lekker het ook is; ik mis ons ritueel... Natuurlijk zeg ik gedag bij de deur maar weg is het hartje op het raam en het gezwaai bij de bus en de lantaarnpaal... Brenda heeft er absoluut geen moeite mee zolang ik binnen maar nog wel zeg dat ik van haar hou en heel veel plezier op school want al is ze nu een puber; dat wilt ze stiekem toch nog wel blijven horen.

Maar ik moet er nog even aan wennen dat ze groter wordt en de dingen heel langzaamaan veranderen.... Loslaten heet dat.... Brenda is daar aan toe... Ik nog niet....


Het geweten - Cees Blij

Geplaatst 12 feb. 2019 07:23 door Jorinde Boon   [ 12 feb. 2019 07:24 bijgewerkt ]

Graag wil ik aandacht te besteden aan het moraliteitsbesef van kinderen en jongeren met een lichte verstandelijke beperking. Zij vormen de populatie van onze school en hebben vaak problemen om zich aan regels en afspraken te houden. Dit kan voor een deel worden toegeschreven aan een beperkt begrip, maar ook vanwege een achterblijvende gewetensontwikkeling raken ze regelmatig in de problemen. Daarnaast speelt het opgroeien in een gedepriveerde omgeving een rol.

De Amerikaanse psycholoog Kohlberg deed in de jaren vijftig van de afgelopen eeuw onderzoek naar de morele ontwikkeling bij kinderen en jongeren. Op basis van zijn waarnemingen bouwde hij een theorie over gewetensontwikkeling, daarbij maakte hij onderscheid in zes verschillende fasen.

Fase 1: draait om het vermijden van straf. Je houdt je aan regels zodat je niet in de problemen komt

Fase 2: je gedraagt je netjes omdat je dan krijgt wat je wilt. Cadeautje van je ouders of complimentjes van je leerkracht bijvoorbeeld.

Fase 3: je past je aan je sociale omgeving aan, probeert een goede zoon, dochter, leerling te zijn. Je weet: bij ons in de klas liegen we niet.

Fase 4: je houdt je aan geldende wetten en regels. Je gelooft dat er anders chaos op de loer ligt.

Fase 5: je vindt dat je anderen met respect moet behandelen omdat dit goed is voor de maatschappij. Daarvoor moet je je eigen belangen soms aan de kant zetten.

Fase 6: je moraliteit wordt gekenmerkt door universele ethische principes. Je gedraagt je bijvoorbeeld vriendelijk naar anderen omdat je gelooft dat ieder mens waardevol is.

Kohlberg verbond de verschillende fasen van morele ontwikkeling met leeftijd, net als Piaget deed met de cognitieve ontwikkelingsstadia. Hij veronderstelt dat de ene fase dan ook op de andere volgt, maar dat wil niet zeggen dat er ook op latere leeftijd niet een terugval kan zijn naar een eerder stadium. Dit hangt samen met stress, druk van de omgeving, maar ook met de situatie en het milieu waarbinnen iemand opgroeit.

Kohlberg noemt de fasen 1 en 2 samen het preconventionele niveau. Dit duurt totdat we ongeveer zeven jaar oud zijn. De fasen 3 en 4 vormen samen het conventionele niveau. Dit duurt voor tot aan de puberteit, ons veertiende jaar. De fasen 5 en 6 noemt hij het postconventionele niveau. Volgens Kohlberg bereiken de meeste volwassenen dit niveau echter niet.


Het is een interessante theorie, maar hoe zit het met onze leerlingen, die vrijwel allemaal licht verstandelijk beperkt zijn. Deze morele ontwikkeling kan niet los gezien kan worden van de cognitieve groei. Als we de 6 verschillende fasen beschouwen dan is de indruk dat de meeste van onze leerlingen in het VSO niet of nauwelijks fase 3 zullen overstijgen. Dat wil zeggen dat ze wat betreft hun gewetensontwikkeling de directe persoonlijke bevrediging in het hier en nu vaak zullen laten prevaleren boven de algemeen geldende morele regels.

De morele ontwikkeling is echter ook verbonden met de gehele menselijke beschavingsgeschiedenis. De socioloog Norbert Elias heeft daar veel onderzoek naar gedaan en uit met name de Europese geschiedenis, die het meest te boek gesteld is, valt te concluderen dat de mens steeds beter in staat is om directe behoeftebevrediging te onderdrukken ten faveure van een groter goed of een beloning op een ander, hoger niveau. Daarbij hebben het geloof en het humanisme een grote rol gespeeld.


Terug nu naar onze leerlingen. Het cognitieve en emotionele niveau van onze leerlingen reikt vaak niet verder dan dat van een twaalfjarige. Een aantal ingewikkelde mentale processen blijft voor hen niet haalbaar. Daartoe behoren naar mijn idee ook de afwegingen bij de meer complexe morele overwegingen.

Onze leerlingen zullen dan ook in hun volwassen leven coaching en goede voorbeelden nodig hebben die hen daarbij behoeden voor misstappen. Een van de redenen dat lvb-ers oververtegenwoordigd zijn in jeugdgevangenissen is, naast een marginale maatschappelijke positie, ook verbonden met het niet goed kunnen maken van morele afwegingen. We zien dit verschijnsel natuurlijk ook veel op onze school en daar ligt ook de aanleiding tot het schrijven van deze Hart onder de riem.


Vorige week zag ik een collega met een leerling in een kantoortje zitten. Beiden straalden zo’n verslagenheid uit dat ik de deur wel moest openen om te vragen wat er aan de hand was. Het bleek dat de leerling op zijn stage tot drie maal toe een greep uit de kassa had gedaan, hiermee had hij zijn stageplek verspeeld en de boosheid van begeleiders en leerkracht op de hals gehaald. Nu maakte hij zich zorgen om naar huis te gaan, omdat hij bang was dat zijn moeder hem zou slaan. Toen ik dat hoorde en de thuissituatie kennende, maakte ik een wat bagatelliserende opmerking, die niet in goede aarde viel bij mijn collega. Ik begreep dat mijn opmerking niet bij de situatie paste en sloot de deur. Toen ze me er later op aansprak, heb ik mijn excuses gemaakt, voor de opmerking die bij mijn collega als cynisch overkwam. Feit blijft wel dat deze leerling al vele malen dit gedrag heeft laten zien. Als hij geconfronteerd wordt met een misstap, kruipt hij in de rol van slachtoffer.

Wat deze leerling gedaan heeft is echter een voorbeeld van een veel vaker voorkomend verschijnsel. Een pregnant exempel is voor eeuwig vastgelegd in de documentaire “Een klasse apart” die over onze school is gemaakt. Een jaar lang is het reilen en zeilen op school en stages gevolgd door een filmploeg met als resultaat een driedelige documentaireserie.  Cenol was een van de eerste leerlingen van onze school die, na een opleiding van een jaar met bijbehorende stage, zijn vliegtuigschoonmaakcertificaat had behaald bij Asito-Aircraft. Om het bijzondere van deze prestatie te benadrukken werd zijn diploma uitgereikt door de toenmalige wethouder van onderwijs van Amsterdam, Ahmed Aboutaleb. Directeur, stagebegeleider, medewerkers van Asito, leerkrachten, ouders en medeleerlingen, allemaal stonden ze te glimmen van trots. Cenol als middelpunt uiteraard het meest, want hij kreeg niet alleen zijn diploma, maar hij kreeg ook per direct een aanstelling als vliegtuigreiniger bij Asito-Aircraft. Een betaalde baan voor 32 uur was zijn deel.

Binnen een week stond hij echter al weer op straat. Volgens mij op zijn tweede werkdag vond hij tijdens het schoonmaken van een chartervliegtuig tussen twee vliegtuigstoelen een portemonnee. De instructies zijn om die dan direct bij de voorman in te leveren. Dit geldt trouwens voor alles wat je vindt, daar is men heel streng op en dat wordt ook uitentreuren verteld. Cenol echter was nieuwsgierig en keek in de portemonnee, waar enige briefjes papiergeld in zaten. Wat te doen? De aanvechting van de directe bevrediging werd hem te machtig en hij haalde het geld eruit. Vervolgens, en dit toont zijn beperking en tegelijk waarom zoveel lvb-ers tegen de lamp lopen, leverde hij de lege portemonnee wel in bij de voorman. De passagier die de rechtmatige eigenaar was, had al bij het uitchecken geconstateerd dat zijn portemonnee weg was en via een oproep naar de cockpit werd gevraagd deze naar de uitcheckbalie te brengen. Daar ontdekte de reiziger meteen het gemis en zo hing Cenol zichzelf op, want bij de daarop volgende ondervraging sloeg hij direct door.   


Aangezien onze leerlingen het meest leren van voordoen, nadoen, zelf doen en tenslotte zelfstandig doen, is het belangrijk dat zij binnen school het goede voorbeeld zien. Als leerkrachten en ondersteuners moeten we zelf ook de lat hoog leggen. Zo moeten de leerlingen ten aller tijde het gevoel hebben dat de leerkrachten en ondersteuners gelijkwaardig zijn en dat er ook dezelfde regels worden gehanteerd en afspraken worden gerespecteerd. Dit geldt voor praktische regels als het inleveren van de telefoon, tot het tegengaan van pestgedrag en het niet accepteren van grensoverschrijdend in de groep. Leerlingen onderkennen direct verschillen in gedrag tussen collega’s en zullen daar gebruik, zo niet misbruik van te maken. Besteed in de groep dan ook eens aandacht aan de morele ontwikkeling en wees zelf alert op het eigen gedrag. Door mijn collega niet geheel serieus te nemen tijdens haar gesprek met de leerling die in de fout was gegaan, paste ik me niet aan de sociale omgeving van school aan en voelde zij zich alleen staan waar ze bevestiging zocht. Zo leren we iedere dag weer bij.

Een hele fijne kerstvakanties en wees lief voor elkaar.



Het aquarium - Cees Blij

Geplaatst 14 nov. 2018 00:58 door Jelka Bröcheler



Enige maanden geleden werd ik voor school aangesproken door een buurvrouw met de vraag of ik geïnteresseerd was in een aquarium. Aangezien ik vroeger zelf jarenlang een vrij groot aquarium had gehad, eerst thuis later op school, antwoordde ik direct, eigenlijk zonder na te denken, bevestigend. Even later stond ik dan ook met een collega in haar tuintje naar een mooie bak van 60 x 50 x 40 cm te kijken. Er zat een lichtkap bij en de kast waar het aquarium opstond, mochten we ook meenemen. Ondertussen zagen we vanuit de keukendeur de heer des huizes, op zijn trijpen pantoffels, met hangende mondhoeken stilzwijgend toekijken. 

“Hij had het nog wel langer willen houden, maar ik was die troep zat en je kan in dat huissie van ons toch al je kont niet keren,” zei de buurvrouw toen ze de zwaarmoedige gestalte van haar man in de deuropening zag. Het was duidelijk wie er in dit huwelijk de broek aan had.

Mijn collega en ik sjouwden de bak naar school en zetten het in de gang, mooi in het zicht. De daaropvolgende dagen probeerde ik collega’s lekker te maken om het aquarium te adopteren en een plekje in hun klaslokaal te geven. Ik probeerde hen te enthousiasmeren door te vertellen dat ik vroeger ook altijd een bak in mijn klas had gehad en dat de zorg voor de vissen zo goed is voor het aanleren van verzorging aan de leerlingen, evenals interesse voor de natuur. Hoe leuk is het niet als ze ‘s ochtends op school komen en er zwemmen plotseling pasgeboren guppies door de bak.

Wat ik er niet bij vertelde was dat één mijner leerlingen er eens een halve liter terpentine in had gegooid omdat hij boos was dat hij een pauze moest binnen blijven. Hij strafte me daarmee af voor twee fouten die ik had gemaakt. Laat nooit een leerling alleen achter in een lokaal zonder toezicht en berg altijd giftige stoffen op achter slot en grendel.

Al mijn soebatten leidde echter niet tot enthousiasme bij de collega’s. Er waren er die niets met vissen hadden en opzagen tegen het werk dat zo’n aquarium met zich meebrengt en er waren er ook die in het verleden traumatiserende ervaringen hadden gehad met aquariums. Zo was er een collega die vertelde dat de thermostaat van de aquariumverwarming stuk was gegaan en de vissen in zijn bak bij thuiskomst licht gekookt aan de oppervlakte dreven. Een ander vertelde me dat haar moeder eens een hele bak met vissen en al uit haar handen had laten vallen. Dus de animo was nihil.
Toen besloot ik om het aquarium maar bij mezelf op kantoor te zetten, want iedere keer als ik in de lege bak keek voelde ik een stil verlangen en verwijt tegelijk. Om het toch enigszins ook iets voor de leerlingen te laten zijn, besloot ik enkelen van hen bij de inrichting en voedselverstrekking te betrekken. 

Als eerste schakelde ik Jimmy in als assistent. Deze jongen komt van het so-zmok en heeft door eerdere ervaringen een zekere weerzin tegen school ontwikkeld. Dit leidde in het verleden tot grensoverschrijdend gedrag en veel verzuim. Na de zomervakantie is hij bij ons begonnen en al tijdens het aanmeldingsgesprek in het voorjaar begon hij op mijn vraag, wat hij leuk vond om te doen, uitgebreid te vertellen over zijn hobby vissen. En dan vissen in de breedste zin van het woord, dus met een hengel en een haakje, maar ook het bereiden van de gevangen snoekbaars en tenslotte het verzorgen van een aquarium en de vijver met koikarpers van de buurman.
Jimmy was direct in voor het plan en samen met Ron - de begeleider van Cordaan - gingen we naar de dierenwinkel. Daar aangekomen liet Jimmy zijn blik gelijk vallen op twee vissen die nog het meest leken op flinke palingen. 

“Meester, die zijn leuk voor in ons aquarium,” zei hij met een brede lach op z’n gezicht. 

Ik vroeg me af of dit was omdat hij het zulke mooie vissen vond of omdat ze al als paling in het groen in een pannetje op tafel zag staan. Nee, Jimmy zag ze echt voor zich in het aquarium. Gelukkig schoot de winkelier te hulp door te zeggen dat ze niet passend zouden zijn voor een gezelschapsaquarium. Bij ons eerste bezoek schaften we een filterpomp, verwarming met thermostaat, thermometer en zand aan. Het advies van de winkelier viel samen met ons eigen idee, namelijk om het aquarium eerst een week zonder vissen en planten te laten staan. Hierdoor kon het water zachter worden en het stof uit het zand neerslaan. 
Na een week stapten we wederom de winkel binnen, nu om het groene interieur en de bewoners aan te schaffen. Jimmy wilde graag cichliden aanschaffen, maar daar wilde ik niets van weten, omdat ik vanwege een voorval uit het verleden daar een sterke aversie tegen heb. 

Een “goede” vriend van me kwam toen eens met zo’n cichlide in een plastic zakje aanzetten. “Hier, een cadeautje,” zei hij toen hij mij de vis overhandigde enigszins besmuikt. Iets wat ik op dat moment niet in de gaten had. Na een half uurtje wennen liet ik het diertje los in mijn schitterende aquarium, waar een mooi natuurlijk klimaat heerste, waardoor zowel planten als vissen zich optimaal manifesteerden. Wel moet ik zeggen dat deze vis er weinig aantrekkelijk uitzag, met een wat grijzige kleur en een kop en bek die het grootste deel van de vis uitmaakten. De volgende ochtend zal ik nooit vergeten. Toen ik het licht aandeed en in de bak keek, leek het alsof ik rechtstreeks naar het inferno van Dante staarde. Ten eerste was de gehele bak troebel door de voedingsbodem die onder het zand had gezeten en nu aan de oppervlakte dreef, ten tweede dreven de planten ook rond, ten derde maakte de filter vreemde geluiden omdat hij allerlei turfdeeltjes had opgezogen en ten vierde zwommen alle vissen als verschrikte zombies in de rondte, te midden waarvan ik de cichlide ontwaarde, druk bezig met zijn grondverzetwerkzaamheden. Als een bulldozer nam hij monden met zand tot zich om dat even later aan de andere kant van de bak weer uit te spuwen. Mijn eerste aanvechting was om hem te vangen en aan het rioleringsnet van Amsterdam toe te vertrouwen. Dat kon ik echter niet over mijn hart verkregen. Wel besefte ik dat er direct moest worden ingegrepen, wilde ik nog wat van mijn aquarium redden. Ik had in de gangkast nog een klein bakje staan en even later zwom de aardverslinder daar in de rondte. 
Het volgende wat ik deed was mijn vriend bellen om mijn beklag te doen en hem te vertellen wat de vis gedaan had. Na mijn jeremiade begon mijn vriend hard te lachen door de telefoon en vertelde me dat het monster wat hij mij had geschonken een cichlide genaamd geophagus was. Wat zoveel betekent als aardeter. Doordat ik het gymnasium niet had bezocht had ik deze niet zien aankomen. Als de gevangene van Monte Cristo heeft de geophagus vervolgens nog enkele jaren geleefd in het kleine bakje, ook daar zand van links naar rechts transporterend.

Onze keus werd vervolgens bepaald door de sterkte van de vissen. Dus werden het gewoon een paar guppen en platys en om Jimmy een plezier te doen wat danio rerio’s en dan de ondersoort luipaard danio. Aangezien deze vissen slechts in een schooltje functioneren, namen we er gelijk vier. Als zenuwlijders schieten ze nu op school door de bak. De wat meer gedistingeerde platys steeds de schrik op het lijf bezorgend. 
Jimmy nam de zak met vissen vol trots in ontvangst en liet ze niet meer los. Pas op school gekomen mocht ik de zak in het aquarium hangen om ze aan de watertemperatuur te laten acclimatiseren. Daarna zet ik met behulp van een flessenlikker de plantjes in het zand. 
Terwijl de vissen zo in hun toekomstige onderkomen hingen, praatten Jimmy, meester Ron en ik wat door over vissen. Jimmy vertelde dat hij thuis ook een aquarium had gehad, maar dat dit nu leegstond. Zijn buurman had een vijver met koikarpers, waarvan sommige wel € 3000 per stuk kosten. Over zijn hele vijver heeft hij nu een net gespannen omdat reigers de karpers zo uit de vijver visten. Dat was voor hen dus een soort driesterrenrestaurant geweest dacht ik.

Na een half uurtje knippen we het zakje open en laten we het water van het aquarium er langzaam instromen en daarna de vissen eruit. Verkennend zwemmen de guppies, platys, danio rerio’s in het rond. Dan wijst Jimmy me erop dat er ook een kleine black molly als verstekeling is meegekomen. Zo zwemmen er dertien vissen in het aquarium op mijn kantoor.
Jimmy gaat op een kruk voor het aquarium zitten en vraagt of hij ze ook mag voeren. Ik laat hem wat droogvoer in de bak gooien. Daarna gaat hij weer zitten en staart met een verrukte in het water voor zich. 
“Ziet u meester hoe die luipaardvisjes met elkaar zwemmen. Ik heb gehoord dat als je er maar twee neemt, ze meteen doodgaan.” Ondertussen volgt hij met z’n ogen de pijlsnel heen en weer schietende vissen.
Er klinkt een diepe zucht: “Zo zou ik wel uren kunnen blijven zitten,” klinkt het uit de grond van zijn hart. Een ware uitdrukking, maar wat vreemd uit de mond van een jongen die gediagnosticeerd is met ADHD.

Hierbij stel ik in ieder geval het aquarium beschikbaar als therapeutisch instrument voor kinderen die wel eens een half uurtje rust kunnen gebruiken. Dit aanbod geldt trouwens ook voor collega’s.


Cees Blij

1-10 of 52